Hoofdtekst
Die .CLXXIX. cluchte.
In eens weerts huys quam eens een gast. Als men soude slapen gaen, leyde men yegelijcken in een camer, behalven desen eenen gast. Als yeghelijc slapen was, riep die goede gesel: 'Weert, waer sal ick ligghen?' Dye weert antwoorden: 'In de stove, op de tafel sult ghi slapelaken, cussens ende decsel vinden.' Als die geselle des morgens wech wou gaen, sceet hi op die tafel ende sloech se toe. Ende seyde totten weert: 'Die slapelaken, cussens ende decsel leet tusschen die tafel, adieu.' Die weert seyde: ' 't Is recht.' Ende als hi in die stoove quam, stonc 't er qualijck. Si sochten onder die bancken ende achter den oven, mer si en costen niet vinden. Achterna vonden si den schat op die tafel ligghen. Die weert seyde: 'Hi heeft my recht ghedaen. Hadde ick hem in die camer een bedde ghedect, gelijc behorlijc was, so en waer 't mi niet gesciet.'
In eens weerts huys quam eens een gast. Als men soude slapen gaen, leyde men yegelijcken in een camer, behalven desen eenen gast. Als yeghelijc slapen was, riep die goede gesel: 'Weert, waer sal ick ligghen?' Dye weert antwoorden: 'In de stove, op de tafel sult ghi slapelaken, cussens ende decsel vinden.' Als die geselle des morgens wech wou gaen, sceet hi op die tafel ende sloech se toe. Ende seyde totten weert: 'Die slapelaken, cussens ende decsel leet tusschen die tafel, adieu.' Die weert seyde: ' 't Is recht.' Ende als hi in die stoove quam, stonc 't er qualijck. Si sochten onder die bancken ende achter den oven, mer si en costen niet vinden. Achterna vonden si den schat op die tafel ligghen. Die weert seyde: 'Hi heeft my recht ghedaen. Hadde ick hem in die camer een bedde ghedect, gelijc behorlijc was, so en waer 't mi niet gesciet.'
Beschrijving
Een waard liet een van zijn gasten in de kamer slapen. Hij liet hem zelf een bed opmaken van laken, kussens en dekens die op de tafel lagen. De gast poepte de volgende ochtend op de tafel en dekte hem toe voordat hij wegging. Toen de waard binnenkwam, stonk het vreselijk. Hij vond de poep op de tafel en zei dat dit hem niet was gebeurd, als hij zelf naar behoren een bed voor de gast opgemaakt zou hebben.
Bron
H. Pleij, J. van Grinsven, D. Schouten & F. van Thijn: Een Nyeuwe Clucht Boeck. Een zestiende-eeuwse anekdotenverzameling. Muiderberg 1983.
Commentaar
1554
Bron: Pauli, Schimpf und Ernst 373
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22