Hoofdtekst
Die .CCII. cluchte.
Daer was eenen vader die sinen soon een wijf ghegheven hadde ende hem besorcht. Op eenen tijt quam hy voor syn soons door. Ende hadde een ghebraden hoen voor hem. Als hy horde dattet syn vader was, namen si dat ghebraeden hoen ende verborchden 't. Als de vader eens ghedroncken hadde, ghinck hy wederom wech. Als hi wech was, ghinc die soon ende woude syn hoen wederom haelen. Doen was 't in een gropadde verandert ende spranck hem in 't aensicht.
Daer was eenen vader die sinen soon een wijf ghegheven hadde ende hem besorcht. Op eenen tijt quam hy voor syn soons door. Ende hadde een ghebraden hoen voor hem. Als hy horde dattet syn vader was, namen si dat ghebraeden hoen ende verborchden 't. Als de vader eens ghedroncken hadde, ghinck hy wederom wech. Als hi wech was, ghinc die soon ende woude syn hoen wederom haelen. Doen was 't in een gropadde verandert ende spranck hem in 't aensicht.
Beschrijving
Een vader had zijn zoon een vrouw gegeven en van al het nodige voorzien. Op een dag kwam de vader zijn zoon een gebraden hoen brengen. De zoon verstopte de hoen, en wilde hem weer halen toen zijn vader vertrokken was. Toen was de hoen echter veranderd in een grote pad.
Bron
H. Pleij, J. van Grinsven, D. Schouten & F. van Thijn: Een Nyeuwe Clucht Boeck. Een zestiende-eeuwse anekdotenverzameling. Muiderberg 1983.
Commentaar
1554
Bron: Pauli, Schimpf und Ernst 437
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22