Hoofdtekst
Van patiëntiën.
Die .CCXI. cluchte.
In een stadt was een quaet wijf die met haren man altijt keef ende seer onvredelijc leefde. Ende hadde tevoren noch twee mans gehadt. Ende daer quam een in die stadt die se troude, ende als dat wijf keef, so sweech hy ende metten swijgen verwon hi haer. Als sy nu niemanden en vont die haer woorden gaf, moesten si wel vrede hebben, ende van quaetheyt wert si goet. Ende als men totten man seyde wat hi metten quade wijve dede, so antworde hi: 'Ick heb se ghenomen omdat ick bi 'haer verdraghen soude leeren.' FRANCISCUS PETRARCHA seet: 'Der vrouwen gramscap verachten ende daer toe lachen doet haer meer dan oft men se seer sloch.'
Die .CCXI. cluchte.
In een stadt was een quaet wijf die met haren man altijt keef ende seer onvredelijc leefde. Ende hadde tevoren noch twee mans gehadt. Ende daer quam een in die stadt die se troude, ende als dat wijf keef, so sweech hy ende metten swijgen verwon hi haer. Als sy nu niemanden en vont die haer woorden gaf, moesten si wel vrede hebben, ende van quaetheyt wert si goet. Ende als men totten man seyde wat hi metten quade wijve dede, so antworde hi: 'Ick heb se ghenomen omdat ick bi 'haer verdraghen soude leeren.' FRANCISCUS PETRARCHA seet: 'Der vrouwen gramscap verachten ende daer toe lachen doet haer meer dan oft men se seer sloch.'
Beschrijving
Een man kreeg het voor elkaar om zijn boosaardige vrouw tot rust te brengen met stilzwijgen.
Bron
H. Pleij, J. van Grinsven, D. Schouten & F. van Thijn: Een Nyeuwe Clucht Boeck. Een zestiende-eeuwse anekdotenverzameling. Muiderberg 1983.
Commentaar
1554
Bron: Pauli, Schimpf und Ernst 470
Naam Overig in Tekst
Franciscus Petrarcha   
Petrarca   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
