Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CLUCHT215

Een mop (kluchtboek), 1554

Hoofdtekst

Van patiëntiën.

Die .CCXI. cluchte.

In een stadt was een quaet wijf die met haren man altijt keef ende seer onvredelijc leefde. Ende hadde tevoren noch twee mans gehadt. Ende daer quam een in die stadt die se troude, ende als dat wijf keef, so sweech hy ende metten swijgen verwon hi haer. Als sy nu niemanden en vont die haer woorden gaf, moesten si wel vrede hebben, ende van quaetheyt wert si goet. Ende als men totten man seyde wat hi metten quade wijve dede, so antworde hi: 'Ick heb se ghenomen omdat ick bi 'haer verdraghen soude leeren.' FRANCISCUS PETRARCHA seet: 'Der vrouwen gramscap verachten ende daer toe lachen doet haer meer dan oft men se seer sloch.'

Beschrijving

Een man kreeg het voor elkaar om zijn boosaardige vrouw tot rust te brengen met stilzwijgen.

Bron

H. Pleij, J. van Grinsven, D. Schouten & F. van Thijn: Een Nyeuwe Clucht Boeck. Een zestiende-eeuwse anekdotenverzameling. Muiderberg 1983.

Commentaar

1554
Bron: Pauli, Schimpf und Ernst 470

Naam Overig in Tekst

Franciscus Petrarcha    Franciscus Petrarcha   

Petrarca    Petrarca   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22