Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CLUCHT216

Een mop (kluchtboek), 1554

Hoofdtekst

Die .CCXII. cluchte.

SOCRATES hadde twee vrouwen. Ende op eenen tijt keven si beyde op hem, maer hy sweech stil ende ginc voor dat huys op eenen block sitten. Daer beghoten hem die quaede wijfs met waeter. Maer hy en weert niet eens tot onlijdsaemheyt beweecht dan dat hy seede: 'Ic wist wel dat nae den grooten donder eenen reeghen comen soude.'

Beschrijving

Socrates had eens ruzie met zijn twee vrouwen. Hij zweeg en ging voor het huis zitten. Zijn vrouwen begoten hem met water en hij zei: "Ik wist wel dat na de grote donder regen zou komen."

Bron

H. Pleij, J. van Grinsven, D. Schouten & F. van Thijn: Een Nyeuwe Clucht Boeck. Een zestiende-eeuwse anekdotenverzameling. Muiderberg 1983.

Commentaar

1554
Bron: Pauli, Schimpf und Ernst 471

Naam Overig in Tekst

Socrates    Socrates   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22