Hoofdtekst
Die .CCXIII. cluchte.
FRANCISCUS PETRARCHA schrijft hoe dat een vader ende een soon verdient hadden dat men se in olye sieden soude. Als si nu in den ketel saten ende waren naect rugge aen rugge ghebonden, eer men dat vier begost te stoken, vroos den soone dat hi clappertande ende murmureerde tegen die coude. Daerna stoecte men dat vier aen. Als die ketel beghost werm te worden, morde hi teghen die hitten. Dye vader hadde patiëntie ende sprack tot sinen sone: 'Ghi hoerenkindt, ghi en cont noch coude, noch hitte verdraghen.'
FRANCISCUS PETRARCHA schrijft hoe dat een vader ende een soon verdient hadden dat men se in olye sieden soude. Als si nu in den ketel saten ende waren naect rugge aen rugge ghebonden, eer men dat vier begost te stoken, vroos den soone dat hi clappertande ende murmureerde tegen die coude. Daerna stoecte men dat vier aen. Als die ketel beghost werm te worden, morde hi teghen die hitten. Dye vader hadde patiëntie ende sprack tot sinen sone: 'Ghi hoerenkindt, ghi en cont noch coude, noch hitte verdraghen.'
Beschrijving
Een vader en een zoon moesten gekookt worden in olie. Voordat ze begonnen te stoken klaagde de zoon over de kou, en toen de ketel warm werd klaagde hij over de hitte. Zijn vader berispte hem over zijn ongeduld.
Bron
H. Pleij, J. van Grinsven, D. Schouten & F. van Thijn: Een Nyeuwe Clucht Boeck. Een zestiende-eeuwse anekdotenverzameling. Muiderberg 1983.
Commentaar
1554
Bron: Pauli, Schimpf und Ernst 472
Naam Overig in Tekst
Franciscus Petrarcha   
Petrarca   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
