Hoofdtekst
1.1 Maria, de beschermster
Het was in de oogsttijd van een bepaald gewas, en alle mannen en ook die vrouwen, die in het huis konden worden gemist, waren in het veld. Ook was er de man van een gezin dat het niet breed had, en hij werkte hard. Hij werkte hard, niet enkel om de goede cent die ermee te verdienen viel, maar daar hingen ook dreigende schoerwolken in de lucht; en als een onweer losbrak, dan zou dat een grote schade betekenen wanneer de werkzaamheden in het veld niet voldoende klaar waren. De man was al van de vroege morgen van huis weg, en de vrouw wilde hem eten gaan brengen. Maar zij had niemand wie ze haar zuigeling, enigst kind nog, kon toevertrouwen. Ze durfde het kindje niet goed alleen te laten, terwijl haar man, die de hele dag al nog niets over de lippen had gehad, toch zeker wel wat gebracht moest worden.
De vrouw had een grote devotie tot de Heilige Maagd Maria. Ze hadden in huis een eenvoudige plaatschilderij hangen, waarop Zij was afgebeeld als Beschermster en Middelares.
Toen ging zij naar de wieg, en met een Ave Maria plaatste zij de wieg onder de schilderij en beval haar kind aan Moeder Maria aan. Daarop ging ze naar het veld met de etenspan.
Als haar man in haast at en de vrouw langs hem stond, zag ze opeens in de verte zwarte rookwolken. Wat kon dat zijn? Toch niet, dat hun huisje in brand stond! De man zag het niet, omdat hij met de rug erheen zat; en zij wilde het hem ook niet wijzen, bang dat hij zich misschien ongerust zou maken en van het werk weg zou lopen en dit misschien om niets was. De schoer was nog niet doorgebroken, en geen bliksem was er in de lucht geweest; was er vuur in huis? En, zeer ongerust, zei ze haar man dat er zoveel werk in huis was, en dat hij de lege pan en de boterhammendoos en de blik maar mee zou brengen, en dat zij dan maar gauw naar huis ging, ook om het kind. Ze vloog als het ware naar huis. En ja, ze zag al als ze dichterbij kwam: hun huis stond in brand.
'o Maria, en ons kind!' riep ze in vertwijfeling.
Maar als ze er kwam, en het volk zag aankomen met allerlei blusmiddelen, en zij het kind niet zag, liep ze het huis binnen: en daar stond de wieg, geheel intact, te midden van al die vlammen. Het vuur had noch de wieg, noch het kind gedeerd. Moeder-Maria, aan Wie het kind was toevertrouwd, had het bewaard. En, gelukkig, viel ze haar man om de hals, die intussen de brand ook had gezien en was komen toesnellen. Later, toen de mensen in betere doen kwamen, hebben zij een klein doeninkje gekocht in de Heiblok onder Middelaar, en aldaar ter dankzegging een eenvoudig Maria-veldkapelletje gebouwd.
Het was in de oogsttijd van een bepaald gewas, en alle mannen en ook die vrouwen, die in het huis konden worden gemist, waren in het veld. Ook was er de man van een gezin dat het niet breed had, en hij werkte hard. Hij werkte hard, niet enkel om de goede cent die ermee te verdienen viel, maar daar hingen ook dreigende schoerwolken in de lucht; en als een onweer losbrak, dan zou dat een grote schade betekenen wanneer de werkzaamheden in het veld niet voldoende klaar waren. De man was al van de vroege morgen van huis weg, en de vrouw wilde hem eten gaan brengen. Maar zij had niemand wie ze haar zuigeling, enigst kind nog, kon toevertrouwen. Ze durfde het kindje niet goed alleen te laten, terwijl haar man, die de hele dag al nog niets over de lippen had gehad, toch zeker wel wat gebracht moest worden.
De vrouw had een grote devotie tot de Heilige Maagd Maria. Ze hadden in huis een eenvoudige plaatschilderij hangen, waarop Zij was afgebeeld als Beschermster en Middelares.
Toen ging zij naar de wieg, en met een Ave Maria plaatste zij de wieg onder de schilderij en beval haar kind aan Moeder Maria aan. Daarop ging ze naar het veld met de etenspan.
Als haar man in haast at en de vrouw langs hem stond, zag ze opeens in de verte zwarte rookwolken. Wat kon dat zijn? Toch niet, dat hun huisje in brand stond! De man zag het niet, omdat hij met de rug erheen zat; en zij wilde het hem ook niet wijzen, bang dat hij zich misschien ongerust zou maken en van het werk weg zou lopen en dit misschien om niets was. De schoer was nog niet doorgebroken, en geen bliksem was er in de lucht geweest; was er vuur in huis? En, zeer ongerust, zei ze haar man dat er zoveel werk in huis was, en dat hij de lege pan en de boterhammendoos en de blik maar mee zou brengen, en dat zij dan maar gauw naar huis ging, ook om het kind. Ze vloog als het ware naar huis. En ja, ze zag al als ze dichterbij kwam: hun huis stond in brand.
'o Maria, en ons kind!' riep ze in vertwijfeling.
Maar als ze er kwam, en het volk zag aankomen met allerlei blusmiddelen, en zij het kind niet zag, liep ze het huis binnen: en daar stond de wieg, geheel intact, te midden van al die vlammen. Het vuur had noch de wieg, noch het kind gedeerd. Moeder-Maria, aan Wie het kind was toevertrouwd, had het bewaard. En, gelukkig, viel ze haar man om de hals, die intussen de brand ook had gezien en was komen toesnellen. Later, toen de mensen in betere doen kwamen, hebben zij een klein doeninkje gekocht in de Heiblok onder Middelaar, en aldaar ter dankzegging een eenvoudig Maria-veldkapelletje gebouwd.
Onderwerp
SINLEG 0171 - Das Bild bleibt im Feuer unverletzt.   
Beschrijving
Een vrouw vertrouwt haar kind Maria toe en als brand uitbreekt, staat de wieg intact tussen de vlammen en het kind is ongedeerd. Uit dank wordt voor Maria een kapelletje gebouwd.
Bron
Willem de Blécourt, Volksverhalen uit Nederlands Limburg, Utr./Antw.1981, 19f N°1.1
Motief
R117 - Rescue from being burned.   
V268.5 - Image of Virgin Mary works miracles.   
D1382 - Magic object protects against cold or burning.   
Commentaar
voor 1947
Als vertellers worden in totaal genoemd: J. Hendriks (Mook), H. Gommans (Middelaar), H. Goossens (Gennep).
Bewerking Herberghs, Maria in Limburg, 1978, 66; volgens opgave Lemmens ook door Krekelberg in: Limburger Koerier, 1926; een variant uit Blitterswijck in Kemp, 1925, 34 (herdruk 295), afkomstig uit Welters 1876, 101
Bewerking Herberghs, Maria in Limburg, 1978, 66; volgens opgave Lemmens ook door Krekelberg in: Limburger Koerier, 1926; een variant uit Blitterswijck in Kemp, 1925, 34 (herdruk 295), afkomstig uit Welters 1876, 101
Das Bild bleibt im Feuer unverletzt.
Gerard Lemmens, Maria in Limburg, 1947, 198f
Naam Overig in Tekst
H. Maagd Maria   
Heiblok   
Middelaar   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
