Hoofdtekst
De grote kei in Blitterswijck
In Blitterswijck terzijde van de ingang naar de kerk lag vroeger een grote kei. Hij was zo zwaar dat er zeker zes à zeven man nodig waren om hem op te tillen, waar dan ook niemand naar verlangde. Alleen snijder Josten. Hem was die daar zomaar stil neerliggende kei een uitdaging. Elk jaar ging hij naar Wanssum naar de kermis en als hij dan 's avonds na het sluiten der herbergen met een aantal mannen terugkwam, ging hij voor de kei staan springen als een gek en hij schreeuwde de meest vervaarlijke bedreigingen naar dat rustig neerliggende, logge ding. Dreigingen niet alleen, ook verwensingen en de meest zonderlinge scheldwoorden. Daar was hij een meester in. Als dat springen en schreeuwen een tijdje geduurd had, pakte men met vereende krachten de kei aan en legde hem ondersteboven. Dan bedaarde de kleermaker: hij was content. Eens dat ze weer bij volle maan van de Wanssumse kermis terugkwamen en na veel spektakel de kei hadden omgekeerd, zagen ze in het maanlicht dat er aan de onderkant iets op geschreven stond. Tot aller verbazing las de snijder hardop voor:
'O, wat ben ik blij
Dat ik lig op mijn andere zij.'
'Verdomme,' zei hij, keerde zich om en ging naar huis. Hij heeft sindsdien de kei niet meer omgekeerd. Die heeft er gelegen tot de laatste Nijverheids- en Middenstandstentoonstelling toen ze hem begraven hebben. Niemand echter weet waar.
In Blitterswijck terzijde van de ingang naar de kerk lag vroeger een grote kei. Hij was zo zwaar dat er zeker zes à zeven man nodig waren om hem op te tillen, waar dan ook niemand naar verlangde. Alleen snijder Josten. Hem was die daar zomaar stil neerliggende kei een uitdaging. Elk jaar ging hij naar Wanssum naar de kermis en als hij dan 's avonds na het sluiten der herbergen met een aantal mannen terugkwam, ging hij voor de kei staan springen als een gek en hij schreeuwde de meest vervaarlijke bedreigingen naar dat rustig neerliggende, logge ding. Dreigingen niet alleen, ook verwensingen en de meest zonderlinge scheldwoorden. Daar was hij een meester in. Als dat springen en schreeuwen een tijdje geduurd had, pakte men met vereende krachten de kei aan en legde hem ondersteboven. Dan bedaarde de kleermaker: hij was content. Eens dat ze weer bij volle maan van de Wanssumse kermis terugkwamen en na veel spektakel de kei hadden omgekeerd, zagen ze in het maanlicht dat er aan de onderkant iets op geschreven stond. Tot aller verbazing las de snijder hardop voor:
'O, wat ben ik blij
Dat ik lig op mijn andere zij.'
'Verdomme,' zei hij, keerde zich om en ging naar huis. Hij heeft sindsdien de kei niet meer omgekeerd. Die heeft er gelegen tot de laatste Nijverheids- en Middenstandstentoonstelling toen ze hem begraven hebben. Niemand echter weet waar.
Onderwerp
AT 0926B* - Turning over the Block of Stone   
Beschrijving
De grote kei naast de kerk van Blitterswijck vormde een uitdaging voor snijder Josten en telkens na de kermis te Wanssum stond hij ertegen te schreeuwen, tot men de staan omkeerde. Op een keer las hij tot zijn verbazing aan de onderkant:
"O, wat ben ik blij,
Dat ik lig op mijn andere zij!"
Sindsdien heeft hij de kei niet meer omgekeerd.
"O, wat ben ik blij,
Dat ik lig op mijn andere zij!"
Sindsdien heeft hij de kei niet meer omgekeerd.
Bron
Willem de Blécourt, Volksverhalen uit Nederlands Limburg, Utr./Antw.1981, 28f N°1.4
Commentaar
ca. 1973
Dit verhaaltype is uit de ATU-catalogus verdwenen en er zijn geen typenummers bij.
Turning over the Block of Stone
Naam Overig in Tekst
Josten   
Nijverheids- en Middenstandstentoonstelling   
Naam Locatie in Tekst
Blitterswijck   
Wanssum   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
