Hoofdtekst
Een 'veurbuuksel'
'k Was zeventien jaar oud - 't is dus 46 jaar geleden gebeurd - en bezocht de Rijksnormaalschool te Venlo. Op een novemberavond - 't was een zaterdag - keerde ik met nog een ander Veldens student, Ledant genaamd - hij was laatst onderwijzer te Eindhoven en is pas met pensioen gegaan - van school huiswaarts. De afstand was ruim een uur gaans; er waren nog bijna geen fietsen, dus ging men te voet. 't Midden van de weg liep tussen de bossen door en heette Hakkenberg. 't Had de naam dat het er spookte, maar wij hadden er nooit iets gezien. Die zaterdagavond echter - 't was ongeveer halfzeven, en donker als de hel - bleven wij op het midden van Hakkenberg, juist op het hoogste punt van de weg, beiden plotseling stilstaan. De hele weg was eensklaps helder verlicht, bijna zo klaar als op het midden van de dag, zodat wij de Veldense kerk, op een half uur afstand, duidelijk konden zien liggen. 't Verschijnsel duurde misschien 10 seconden; toen was alles weer in diepe duisternis gehuld. We waren beiden erg geschrokken en wisten niet wat ervan te denken. Ledant woonde een minuut of tien buiten het dorp en was dus eerder thuis dan ik. In mijn angst vroeg ik hem, nog een eind mee te lopen, maar hij weigerde, dat zeggend: 'En wie brengt mij dan straks weer terug?' Ik toen aan het lopen, en geheel ontdaan kwam ik thuis. Er was juist een buurvrouw op bezoek en men vroeg wat mij scheelde. Ik vertelde het geval en de buurvrouw zei: 'O, dat is een veurbuuksel, dan moet er iemand in de buurt sterven'. Daar lachte ik mee, maar de buurvrouw hield vol en kwam met bewijzen. Daar en daar was ook zo'n veurbuuksel gezien, en daar was die en die gestorven. De volgende dag (zondag) na kerktijd vertelde ik het geval aan deze en gene, en ook nu waren er verscheidenen die het een veurbuuksel noemden, en voorspelden dat er iemand in de buurt waar wij het gezien hadden, sterven moest. Nu komt het wonderlijke van de zaak. op een paar minuten afstand van Hakkenberg lag een café, 'Het Zwartwater', destijds een tolhuis, en bewoond door vier oude mensen, broers en zusters. Toen wij maandag daarop weer naar Venlo, naar school, wandelden, zagen wij dat bij Het Zwartwater de vensters dicht waren. Aan de overzijde lag een wei, waar een Veldense jongen, die wij goed kenden, de koeien hoedde. Wij vroegen hem:
'Greet (Gerrit), waarom zijn hier de vensters dicht?' 'Hanneke (een der twee vrouwen) is dood,' antwoordde hij. 'Sinds wanneer?' vroegen wij. 'In de nacht van zaterdag op zondag,' gaf hij ten antwoord.
'k Was zeventien jaar oud - 't is dus 46 jaar geleden gebeurd - en bezocht de Rijksnormaalschool te Venlo. Op een novemberavond - 't was een zaterdag - keerde ik met nog een ander Veldens student, Ledant genaamd - hij was laatst onderwijzer te Eindhoven en is pas met pensioen gegaan - van school huiswaarts. De afstand was ruim een uur gaans; er waren nog bijna geen fietsen, dus ging men te voet. 't Midden van de weg liep tussen de bossen door en heette Hakkenberg. 't Had de naam dat het er spookte, maar wij hadden er nooit iets gezien. Die zaterdagavond echter - 't was ongeveer halfzeven, en donker als de hel - bleven wij op het midden van Hakkenberg, juist op het hoogste punt van de weg, beiden plotseling stilstaan. De hele weg was eensklaps helder verlicht, bijna zo klaar als op het midden van de dag, zodat wij de Veldense kerk, op een half uur afstand, duidelijk konden zien liggen. 't Verschijnsel duurde misschien 10 seconden; toen was alles weer in diepe duisternis gehuld. We waren beiden erg geschrokken en wisten niet wat ervan te denken. Ledant woonde een minuut of tien buiten het dorp en was dus eerder thuis dan ik. In mijn angst vroeg ik hem, nog een eind mee te lopen, maar hij weigerde, dat zeggend: 'En wie brengt mij dan straks weer terug?' Ik toen aan het lopen, en geheel ontdaan kwam ik thuis. Er was juist een buurvrouw op bezoek en men vroeg wat mij scheelde. Ik vertelde het geval en de buurvrouw zei: 'O, dat is een veurbuuksel, dan moet er iemand in de buurt sterven'. Daar lachte ik mee, maar de buurvrouw hield vol en kwam met bewijzen. Daar en daar was ook zo'n veurbuuksel gezien, en daar was die en die gestorven. De volgende dag (zondag) na kerktijd vertelde ik het geval aan deze en gene, en ook nu waren er verscheidenen die het een veurbuuksel noemden, en voorspelden dat er iemand in de buurt waar wij het gezien hadden, sterven moest. Nu komt het wonderlijke van de zaak. op een paar minuten afstand van Hakkenberg lag een café, 'Het Zwartwater', destijds een tolhuis, en bewoond door vier oude mensen, broers en zusters. Toen wij maandag daarop weer naar Venlo, naar school, wandelden, zagen wij dat bij Het Zwartwater de vensters dicht waren. Aan de overzijde lag een wei, waar een Veldense jongen, die wij goed kenden, de koeien hoedde. Wij vroegen hem:
'Greet (Gerrit), waarom zijn hier de vensters dicht?' 'Hanneke (een der twee vrouwen) is dood,' antwoordde hij. 'Sinds wanneer?' vroegen wij. 'In de nacht van zaterdag op zondag,' gaf hij ten antwoord.
Beschrijving
Twee jongemannen zien plots de weg verlicht; een buurvrouw verklaart het tot 'veurbuuksel', een teken, dat er iemand moet sterven. En inderdaad sterft er iemand.
Bron
Willem de Blécourt, Volksverhalen uit Nederlands Limburg, Utr./Antw.1981, 42f N°2.1
Motief
E530.1.6 - Ghost light serves as death omen.   
Commentaar
1934
Vragenlijst 1 (1934), vraag I.3 (Volkskundebureau)
Naam Overig in Tekst
Ledant   
Hakkenberg   
Het Zwartwater   
Greet (Gerrit)   
Hanneke   
Naam Locatie in Tekst
Venlo   
Velden   
Eindhoven   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
