Hoofdtekst
Een raar avontuur
Te Houthem woonde in de 30er jaren der 19de eeuw Jan Willem Goossens met zijne zuster Maria Anna, beiden uit Arendsgenhout. Op zekeren dag brak hij bij het schoonmaken van vruchten eenige kammen in het houten kamrad der wanmolen. Gewoonlijk liet hij alles repareren bij den rademaker zijner ouders te Arendsgenhout, doch daar hij haast had bij het werk, besloot hij het kamrad te laten herstellen bij den 'rademaker' te Houthem. In den donkeren avond (het was in den winter) begaf hij zich dan met het kamrad naar diens woning en toen hij aan wilde kloppen, kwam de kat uit het 'kattelook' van de deur en sprong voor hem. Daarop wilde hij op de ruiten tikken, doch ook dat belette de kat en zat voor hem op de vensterbank. Boos geworden greep hij naar de spaken die in een bos onder het 'schop' lagen, doch, o wonder, de kat sprong nu weer juist op die spaak, welke hij wilde vatten. Dat was hem te machtig. Hij wierp het kamrad op de mestvaalt, en maakte zich uit de voeten. Den volgenden dag begaf hij zich weer naar het huis van den 'rademaker' en voordat hij iets gezegd had, riep de vrouw van de 'rademaker' haar man toe: 'Zie je nu dat het 't kamrad van Goossens is, zooals ik je gezegd heb.' Dat gezegde in verband met het avontuur 's avonds te voren versterkte hem in de meening, dat 's 'ramakers' vrouw een heks was, waarvoor zij reeds bij de lui doorging. 'Hoe kon zij anders weten, dat het mijn rad was, daar ik nooit bij haar man liet werken!' was immers zijne redeneering.
Te Houthem woonde in de 30er jaren der 19de eeuw Jan Willem Goossens met zijne zuster Maria Anna, beiden uit Arendsgenhout. Op zekeren dag brak hij bij het schoonmaken van vruchten eenige kammen in het houten kamrad der wanmolen. Gewoonlijk liet hij alles repareren bij den rademaker zijner ouders te Arendsgenhout, doch daar hij haast had bij het werk, besloot hij het kamrad te laten herstellen bij den 'rademaker' te Houthem. In den donkeren avond (het was in den winter) begaf hij zich dan met het kamrad naar diens woning en toen hij aan wilde kloppen, kwam de kat uit het 'kattelook' van de deur en sprong voor hem. Daarop wilde hij op de ruiten tikken, doch ook dat belette de kat en zat voor hem op de vensterbank. Boos geworden greep hij naar de spaken die in een bos onder het 'schop' lagen, doch, o wonder, de kat sprong nu weer juist op die spaak, welke hij wilde vatten. Dat was hem te machtig. Hij wierp het kamrad op de mestvaalt, en maakte zich uit de voeten. Den volgenden dag begaf hij zich weer naar het huis van den 'rademaker' en voordat hij iets gezegd had, riep de vrouw van de 'rademaker' haar man toe: 'Zie je nu dat het 't kamrad van Goossens is, zooals ik je gezegd heb.' Dat gezegde in verband met het avontuur 's avonds te voren versterkte hem in de meening, dat 's 'ramakers' vrouw een heks was, waarvoor zij reeds bij de lui doorging. 'Hoe kon zij anders weten, dat het mijn rad was, daar ik nooit bij haar man liet werken!' was immers zijne redeneering.
Beschrijving
Een man gaat met het kapotte kamrad van zijn wanmolen naar de Houthemse rademaker, maar wordt er zo hindelijk voor de voeten gelopen door een kat, dat hij tenslotte het kamrad op de mestvaalt smijt. Als hij de volgende dag komt, zegt de vrouw van de rademaker: "Zie je wel, dat 't rad van Goossens is." En deze wist nu, dat zij de kat, dus een heks was.
Bron
Willem de Blécourt, Volksverhalen uit Nederlands Limburg, Utr./Antw.1981, 174f N°10.3
Motief
G211.1.7 - Witch in form of cat.   
Commentaar
4 januari 1912
Opgetekend "ex relatione patris mei, qui id saepe audivit a patre suo, cui res narrata contigit" (uit de mond van mijn vader, die het vaak heeft gehoord van zijn vader, welke het vertelde heeft meegemaakt).
Hs. J.W.H. Goossens (Rijksarchief Maastricht)
Naam Overig in Tekst
Jan Willem Goossens   
Maria Anna   
Arendsgenhout   
Naam Locatie in Tekst
Houthem   
Datum Invoer
2013-03-01 14:50:22
