Hoofdtekst
Weerwolven.
Mijn vader ging eens op een nacht naar het dorp (IJzendijke) terug langs een donker pad, toen er een groote zwarte hond op hem afkwam. 't Beest rook aan 'm en volgde 'm dan tot huis. Toen was 't in eenen verdwenen.
Den volgenden dag zei een vriend tegen 'm: "Je was niet erg bang voor dien hond." "Hoe weet je dat?" vroeg hij. "Nou, ik was het toch zelf."
Mijn vader ging eens op een nacht naar het dorp (IJzendijke) terug langs een donker pad, toen er een groote zwarte hond op hem afkwam. 't Beest rook aan 'm en volgde 'm dan tot huis. Toen was 't in eenen verdwenen.
Den volgenden dag zei een vriend tegen 'm: "Je was niet erg bang voor dien hond." "Hoe weet je dat?" vroeg hij. "Nou, ik was het toch zelf."
Onderwerp
SINSAG 0805 - Werwolf in Hundesgestalt als Begleiter (verrädt sich am folgenden Tag).   
Beschrijving
Een man ziet 's nachts een grote zwarte hond op zich afkomen, die hem naar zijn huis volgt en dan verdwenen is. De volgende dag bekent een vriend, dat hij het was.
Bron
J.R.W. en M. Sinninghe: Zeeuwsch sagenboek. Zutphen 1933, p. 156
Commentaar
voor 1933
Werwolf in Hundesgestalt als Begleiter (verrädt sich am folgenden Tag).
Naam Locatie in Tekst
IJzendijke   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
