Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CJ103606

Een sage (mondeling), zaterdag 23 juni 1973

Hoofdtekst

Myn eigen pappe fortelde, froeger gingen se foak te stropen en te jagen. Hij was toen 17, 18 joar. Bij Haren sagen hij en syn kammeroad in een ander stuk land een wit ding zonder benen. Dat liep foor hem en syn friend op. Het liep niet, moar it sweefde.
Se sagen it beide duudlik. Het was lichte moan en schemeroavend. Se durfden die kant niet meer langs.
Overdag woaren ze wat driester. Fordomme seiden se de folgende dag, we goan der weer heen, nu by daglicht.
As we hem weer sien, dan sullen we 'm skieten. Zo gezegd, zo gedaan.
Ze gingen er weer heen. Toen ze goed en wel in 't bos woaren aan 't eind van het pad, toen sweefde 't doar weer om. Ze wouen skieten, moar ze dusten niet. Van bangigheid stootte de een de ander oan. Tot driemoal toe gong 't witte ding over 't pad heen en weer.
Ze hebben toen toch nog skoten, moar 't ding sweefde gewoon door, door de bossen heen.

Beschrijving

Twee jongens zagen op een stuk land een wit ding zweven, zonder benen.

Bron

Collectie Jaarsma, verslag 1036, verhaal 6 (archief Meertens Instituut)

Commentaar

23 juni 1973

Naam Locatie in Tekst

Haren    Haren   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21