Hoofdtekst
Dwergen
Een oude meid had 's avonds tusschen licht en donker, een kennis bezocht; de hoek van het huis om, en dan de eerste en eenigste straat links, bij het witte leuninkje.
Tegen bedtijd was ze nog niet terug; zooiets was nog nooit gebeurd. Men maakt zich ongerust en staat al klaar om haar tegemoet te gaan, als ze binnenkomt, heelemaal van streek, met verwarde haren, schrammen over d'r gezicht en handen, en d'r kleeren onder het slik.
Ze had gedwaald, als maar gedwaald, over weilanden en akkers, "van den als verleed."
Een oude meid had 's avonds tusschen licht en donker, een kennis bezocht; de hoek van het huis om, en dan de eerste en eenigste straat links, bij het witte leuninkje.
Tegen bedtijd was ze nog niet terug; zooiets was nog nooit gebeurd. Men maakt zich ongerust en staat al klaar om haar tegemoet te gaan, als ze binnenkomt, heelemaal van streek, met verwarde haren, schrammen over d'r gezicht en handen, en d'r kleeren onder het slik.
Ze had gedwaald, als maar gedwaald, over weilanden en akkers, "van den als verleed."
Onderwerp
SINSAG 0171 - Alf lässt einen irregehen.   
Beschrijving
Een oude meid komt heel laat, met verwarde haren en onder de schrammen terug van haar wandeling en zeg van de als (alf, alve) verleid te zijn geweest.
Bron
J.R.W. en M. Sinninghe: Zeeuwsch sagenboek. Zutphen 1933, p. 18
Commentaar
voor 1930
Alf lässt einen irregehen.
P. A. Eggermont, in: Eigen Volk II (1930), 178-179
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
