Hoofdtekst
Dwaallicht, vuurbol
Stalkeerskens zijn de zieltjes van ongedoopte kinderen.
Een man die 's avonds laat naar zijn hoeve te Grauw terugkeerde, zag een stalkeerske naar hem toevliegen, dat vroeg om gedoopt te worden.
De man had meelij met het zieltje en sprak snel: "Ik doop u in den naam des Vaders, des Zoons en des H. Geestes." Op hetzelfde oogenblik kwamen er van alle kanten keerskens aanvliegen, die op hun beurt gedoopt wilden worden.
Tot den dageraad is hij daarmee doende geweest.
Stalkeerskens zijn de zieltjes van ongedoopte kinderen.
Een man die 's avonds laat naar zijn hoeve te Grauw terugkeerde, zag een stalkeerske naar hem toevliegen, dat vroeg om gedoopt te worden.
De man had meelij met het zieltje en sprak snel: "Ik doop u in den naam des Vaders, des Zoons en des H. Geestes." Op hetzelfde oogenblik kwamen er van alle kanten keerskens aanvliegen, die op hun beurt gedoopt wilden worden.
Tot den dageraad is hij daarmee doende geweest.
Onderwerp
SINSAG 0181 - Die getauften Irrlichter   
TM 4905 - Dwaallichten (stalkaarsen)   
Beschrijving
Een man wordt door 'n lichtje gevraagd het te dopen; hij doet het, waarop nog veel meer lichtjes komen, die ook gedoopt willen worden, zodat hij tot de dageraad ermee bezig is.
Bron
J.R.W. en M. Sinninghe: Zeeuwsch sagenboek. Zutphen 1933, p. 25-26
Commentaar
voor 1931
Die getauften Irrlichter
L. Lockefeer, in: Eigen Volk III (1931), 178
Naam Locatie in Tekst
Grauw   
