Hoofdtekst
Dwaallicht, vuurbol
Willem Biersteker en Marinus Sinke, een paar stevige boerenknechts, hadden beiden verkeering op dezelfde hoeve. 's Zaterdagsavonds trokken ze hun werkkleeren uit, en hun beste spul aan, en gingen samen op weg.
Eens zagen ze hij de Kruiningsche Vliet talrijke lichtjes; hier, daar en overal; ze schenen over het water te zweven.
Plotseling werden de twee kerels, door onzichtbare handen van den grond getild, en pardoes tusschen de lichtjes neergeplonsd. 't Was minder prettig, want ze stonden tot hun middel in het water van de Vliet.
Willem Biersteker en Marinus Sinke, een paar stevige boerenknechts, hadden beiden verkeering op dezelfde hoeve. 's Zaterdagsavonds trokken ze hun werkkleeren uit, en hun beste spul aan, en gingen samen op weg.
Eens zagen ze hij de Kruiningsche Vliet talrijke lichtjes; hier, daar en overal; ze schenen over het water te zweven.
Plotseling werden de twee kerels, door onzichtbare handen van den grond getild, en pardoes tusschen de lichtjes neergeplonsd. 't Was minder prettig, want ze stonden tot hun middel in het water van de Vliet.
Onderwerp
SINLEG 0023 - Lichterscheinungen   
TM 4905 - Dwaallichten (stalkaarsen)   
Beschrijving
Twee boerenknechten zien lichtjes over het water zweven, worden opgepakt en tussen de lichtjes gesmeten en staan tot hun middel in het water.
Bron
J.R.W. en M. Sinninghe: Zeeuwsch sagenboek. Zutphen 1933, p. 26
Commentaar
voor 1933
Lichterscheinungen
Naam Overig in Tekst
Willem Biersteker   
Marinus Sinke   
Kruiningse Vliet   
