Hoofdtekst
Op een der hoeven van den Teekenburg onder Kapelle, woonde op het laatst der achttiende eeuw de oude Vlasman. Eens verkocht hij een flinken lap grond en trok naar Goes om het geld in ontvangst te nemen.
't Was een rare tijd, die Fransche tijd; veilig was je nooit op het platteland. Daarom beloofden de boeren van een buurtschap elkaar wederkeerig hulp, wanneer een van hen door een bende zou worden overvallen. Vlasman zorgde dus voor donker thuis te zijn, en daar verborg hij den schat: 500 Vlaamsche ponden in grof goud- en zilvergeld, in een korenzak, niemand wist waar. Maar wat gebeurt er! Op een middag toen het gezin aan tafel zat, kreeg hij een toeval, en was op slag dood.
Korten tijd daarna overnachtte een rietdekker uit Oudelande, die het dak hersteld had, in de schuur. Daar zag hij, klaar als de dag, hoe een man, als boer gekleed, door de schuur ging, en zich naar achteren begaf. De rietdekker, die meende dat het een gewoon mensch was, ging hem achterna en wilde juist de hand op zijn schouder leggen, toen de grond zich opende, en de gedaante verzonk. Verbijsterd van schrik rende de rietdekker uit de schuur en was niet meer te bewegen daar een nacht door te brengen.
Twee voerlui, die op de hoeve gerooide boomen moesten halen voor een wagenmaker uit Heinekenszand overkwam hetzelfde, en de vrouw van een latere bewoner is er zoo door ontsteld, dat ze er niet meer wilde blijven wonen.
Tot zoover Lena, de achterkleindochter van Vlasman.
Anderen vertellen dat er een bocht was in de paardenstal, waar geen paard in te houden was. De dieren wilden dan alles stuktrappen en kapotbijten; 't zweet stond op hun lijf. Willem van Dijke, een van de latere bewoners, heeft op die plek een schat ontgraven.
[In tallooze varianten spreekt onze volkssage over de arme zielen, die de schatten moeten bewaken, die ze tijdens hun leven begroeven. Want waar de mensch eens kwaad bedreef, daarheen wordt de geest met onweerstaanbare kracht getrokken, daar doolt ze klagend en "lamenteerend" om. Eerst als de schat gevonden is, als het geld weer door de wereld rollen kan, vindt de doode rust in het graf.
De Christelijke leer van het vagevuur heeft deze gedachte, die reeds in heidensche tijden bestond, vorm en kleur gegeven.
Maar waar elders het welgemeende "Goddank ik ben verlost" klinkt, is in deze verhalen de geest vertoornd en wreekt zich. Het Zeeuwsche volkskarakter, met zijn groote deugd, spaarzaamheid, weerspiegelt zich in zijn sagen.]
Onderwerp
SINSAG 0401 - Der verborgene Schatz.   
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Teekenburg   
Vlasman   
Franse   
Vlaamse   
Lena   
Willem van Dijke   
Naam Locatie in Tekst
Kapelle   
Goes   
Oudelande   
Heinekenszand   
