Hoofdtekst
Spokerijen.
Mijn grootvader, die in IJzendijke woonde, en vlasboer was, ging eens naar zijn zwengel, langs een veld met kool. Daar ziet hij een klein wit ding bewegen, dat in al maar kleinere kring om hem heentrekt, en tegelijk werd het ding als maar grooter. In zijn angst begon hij het St. Jansevangelie te bidden, en telkens als hij kwam aan de zin "Het Woord is Vleesch geworden" werd dat ding weer wat kleiner, en ging wat verder van hem weg. Eindelijk, toen het hem klein genoeg leek, rende hij naar zijn vlashok, en daar kreeg hij een beroerte. Eenige dagen later is hij gestorven, en hij heeft niet meer kunnen zeggen, wat voor vorm dat verschrikkelijke ding had.
Mijn grootvader, die in IJzendijke woonde, en vlasboer was, ging eens naar zijn zwengel, langs een veld met kool. Daar ziet hij een klein wit ding bewegen, dat in al maar kleinere kring om hem heentrekt, en tegelijk werd het ding als maar grooter. In zijn angst begon hij het St. Jansevangelie te bidden, en telkens als hij kwam aan de zin "Het Woord is Vleesch geworden" werd dat ding weer wat kleiner, en ging wat verder van hem weg. Eindelijk, toen het hem klein genoeg leek, rende hij naar zijn vlashok, en daar kreeg hij een beroerte. Eenige dagen later is hij gestorven, en hij heeft niet meer kunnen zeggen, wat voor vorm dat verschrikkelijke ding had.
Onderwerp
SINSAG 0361 - Spuktier, das immer grösser wird, erschreckt Mann.
  
Beschrijving
Een man, die langs een veld kool loopt, ziet iets wits om zich heen cirkelen, dat alsmaar groter wordt, en hij bidt het Sint-Jans-evangelie, waarop het ding weer kleiner wordt en hij durft weg te rennen. Dan krijgt hij een beroerte en is enige dagen later overleden.
Bron
J.R.W. en M. Sinninghe: Zeeuwsch sagenboek. Zutphen 1933, p. 84-87
Commentaar
voor 1933
Spuktier, das immer grösser wird, erschreckt Mann.
Naam Overig in Tekst
Sint-Jans-evangelie   
Bijbel   
Naam Locatie in Tekst
IJzendijke   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
