Hoofdtekst
Heksen aan het werk
De schoutinne van Kwadamme, wier man, de schout, op een hoeve aan het Lange Weegje woonde was een heks, een handlangster van den duivel. Haar macht deed ze nog al eens gelden, hetzij om het buren of kennissen moeilijk te maken, hetzij om zich te verrijken.
't Was voor d'r buren een waar kruis om de karn af te krijgen. Had zij het op haar lijf, dan kon je met geen duivelsgeweld de melk tot boter maken, en al sloeg men ook met een gloeiende pook of sikkel door de karn, om de heks te raken, het gelukte maar zelden om haar op die wijze te brandmerken.
Bij haar zelve boterde de melk altijd direct, nooit had ze tegenspoed, trouwens, wie zou het haar lappen. Bovendien ging het bij haar iets meer dan rechtuit. De boter opmaken vooral was haar werk, dat deed ze altijd alleen, en altijd 's nachts. Even na middernacht daalde ze af in den ruimen kelder, zette een paar brandende kaarsen rond de gelte, en het werk nam een aanvang. Slechts een bijzonder groote koolzwarte kat, met stijle ooren en een dikke staart hield haar gezelschap.
Die kat was ook geen gewoon dier. Reed de schoutinne in den huifwagen naar Goes, met de boter en de eieren, dan ging Poes op den stoel van haar bazinne zitten, en als die thuis kwam, vertelde ze alles, letterlijk alles, wat ze gezien en gehoord had. Zoo wist de boerin wat er gebeurd was sinds haar vertrek, en wat meid en knecht van haar gezegd hadden. Zelfs op een groote afstand kon de kat alles hooren, en velen geloofden, en niet zonder reden, dat ze zelfs wist wat de menschen dachten.
Dan werd de knecht gestraft, doordat het paard, anders een mak beestje, hem opeens een petoet gaf, die raak was, en hoe vaak, heeft ze hem niet laten loopen, zonder dat hij wist, waar hij was, als hij in het vroege morgenuur de paarden uit de weide zou gaan halen en dan plotseling in een dikken mist belandde, of omringd werd door konijnen en schapen zoodat hij geen voet verzetten kon.
Ook plaagde ze graag d'r buren, vooral in den hooitijd. Dan liet ze de hoogopgeladen wagen in de wei omtuimelen, of zorgde dat een voer tarweschoven in de sloot terechtkwam, en dat de paarden met geen menschenmacht op den vloer te krijgen waren, zoodat men de dieren, die van angst stonden te trillen, met vereende krachten bij den toom moest houden. Haar meid moest het ook ontgelden, hoe ze ook haar best deed, om het melkgerei te poetsen, dat het blonk als een spiegel, er was geen doen aan, want het hout op den haard in de keete wilde niet branden, zoodat het water, dat in de ketel aan den angel boven het houtvuur hing, niet warm te krijgen was, en met koud water kreeg je het vette spul niet schoon.
Zoo heeft de schoutinne haar leven gesleten met anderen te plagen, maar wat heeft ze er door gekregen; een slechte naam en dat elk haar ontweek. Van de rijkdom, die ze met de karn had verkregen, bleef niets over. Toen ze stierf was ze arm als een kerkrat.
De schoutinne van Kwadamme, wier man, de schout, op een hoeve aan het Lange Weegje woonde was een heks, een handlangster van den duivel. Haar macht deed ze nog al eens gelden, hetzij om het buren of kennissen moeilijk te maken, hetzij om zich te verrijken.
't Was voor d'r buren een waar kruis om de karn af te krijgen. Had zij het op haar lijf, dan kon je met geen duivelsgeweld de melk tot boter maken, en al sloeg men ook met een gloeiende pook of sikkel door de karn, om de heks te raken, het gelukte maar zelden om haar op die wijze te brandmerken.
Bij haar zelve boterde de melk altijd direct, nooit had ze tegenspoed, trouwens, wie zou het haar lappen. Bovendien ging het bij haar iets meer dan rechtuit. De boter opmaken vooral was haar werk, dat deed ze altijd alleen, en altijd 's nachts. Even na middernacht daalde ze af in den ruimen kelder, zette een paar brandende kaarsen rond de gelte, en het werk nam een aanvang. Slechts een bijzonder groote koolzwarte kat, met stijle ooren en een dikke staart hield haar gezelschap.
Die kat was ook geen gewoon dier. Reed de schoutinne in den huifwagen naar Goes, met de boter en de eieren, dan ging Poes op den stoel van haar bazinne zitten, en als die thuis kwam, vertelde ze alles, letterlijk alles, wat ze gezien en gehoord had. Zoo wist de boerin wat er gebeurd was sinds haar vertrek, en wat meid en knecht van haar gezegd hadden. Zelfs op een groote afstand kon de kat alles hooren, en velen geloofden, en niet zonder reden, dat ze zelfs wist wat de menschen dachten.
Dan werd de knecht gestraft, doordat het paard, anders een mak beestje, hem opeens een petoet gaf, die raak was, en hoe vaak, heeft ze hem niet laten loopen, zonder dat hij wist, waar hij was, als hij in het vroege morgenuur de paarden uit de weide zou gaan halen en dan plotseling in een dikken mist belandde, of omringd werd door konijnen en schapen zoodat hij geen voet verzetten kon.
Ook plaagde ze graag d'r buren, vooral in den hooitijd. Dan liet ze de hoogopgeladen wagen in de wei omtuimelen, of zorgde dat een voer tarweschoven in de sloot terechtkwam, en dat de paarden met geen menschenmacht op den vloer te krijgen waren, zoodat men de dieren, die van angst stonden te trillen, met vereende krachten bij den toom moest houden. Haar meid moest het ook ontgelden, hoe ze ook haar best deed, om het melkgerei te poetsen, dat het blonk als een spiegel, er was geen doen aan, want het hout op den haard in de keete wilde niet branden, zoodat het water, dat in de ketel aan den angel boven het houtvuur hing, niet warm te krijgen was, en met koud water kreeg je het vette spul niet schoon.
Zoo heeft de schoutinne haar leven gesleten met anderen te plagen, maar wat heeft ze er door gekregen; een slechte naam en dat elk haar ontweek. Van de rijkdom, die ze met de karn had verkregen, bleef niets over. Toen ze stierf was ze arm als een kerkrat.
Onderwerp
SINSAG 0541 - Hexe lässt Wagen vom Deich (Weg) fallen
  
Beschrijving
Een schoutinne is een heks en heeft altijd boter, terwijl de buren altijd problemen met het boteren hebben. Ook heeft ze een poes, die haar alles overbrieft, en straft de knecht door hem te laten verdwalen in de mist of met konijnen of schapen te omringen, zodat hij geen voet kan verzetten. Ook anderen plaagt ze zo, maar het enige wat ze eraan overhoudt is een slechte naam.
Bron
J.R.W. en M. Sinninghe: Zeeuwsch sagenboek. Zutphen 1933, p. 105-106
Commentaar
voor 1933
Hexe lässt Wagen vom Deich (Weg) fallen & SINSAG 0547: Hexe zaubert den Weg voll Kaninchen, weisse Katzen, Schafe, usw., um den Weg zu sperren. (2x) & SINSAG 0624 : Die Hexe im Butterfass
Naam Overig in Tekst
Lange Weegje   
Naam Locatie in Tekst
Kwadendamme   
Goes   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
