Hoofdtekst
't Was in het jaar 1374.
Jan van Keulen, de knecht van een adellijke dame te Middelburg, moest op aansporen van zijn meesteres tegen zijn zin z'n Paschen houden. Wel ging hij ter biecht, maar welbewust verzweeg hij zijn zonden. Toen hij nu op de communiebank zat, en de H. Hostie ontving, veranderde deze in vleesch. Hij wilde het doorslikken, maar 't was hem onmogelijk; hij drukte er zijn tanden in, om het door te bijten, en zie, drie bloeddruppelen vielen op het communiekleed en als een andere vervolger van Christus werd hij met blindheid geslagen.
Vol berouw bekent hij zijn vreeselijke zonde, bekeert zich en doet strenge boete.
Ten teeken dat zijn zonden hem vergeven zijn, is hij weer ziende geworden.
Zijn verder leven heeft hij te Keulen, in een roep van groote vroomheid, doorgebracht.
Toen het "H. Sacrament van Mirakel" in de St. Pieterskerk te Keulen gebracht werd, om vereerd te worden, openden zich vanzelf alle relikwiekasten, om het Heiligste der Heiligen te eeren.
Later deelde zich door een wonder de H. Hostie in twee stukken. De aartsbisschop van Keulen schonk een dezer stukken aan Jan van der Geest, prior van het Augustijnerklooster binnen Leuven. Zij wordt er in de St. Jacobskerk bewaard. Het andere deel is nog steeds in Keulen.
Onderwerp
SINLEG 0225 - Die Hostie blutet.   
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Jan van Keulen   
Pasen   
H. Hostie   
Christus   
H. Sacrament van Mirakel   
Heiligste der Heiligen   
Jan van der Geest   
Augustijnerklooster   
Naam Locatie in Tekst
Middelburg   
St. Pieterskerk   
Leuven   
St. Jacobskerk   
