Hoofdtekst
Clara van Botland.
In het Priesterkoor van de Thoolsche kerk, rusten onder een Namenschen steen Guy de Groote Bastaard van Blois, baljuw van Tholen en zijn vrouw Clara van Botland.
Op den schuin afgewerkten rand leest men omtrent haar: "In 't jaer ôs Heere MCCCC ende XXXV op den XXsten dagh in September storf joncfrouw Clare van Botlant Guy de bastaert van Bloys wijf was. Bidt voor heer siele."
Veertien jaar eerder was haar man heengegaan.
Clara was alom bekend door haar groote milddadigheid.
Eens verweet 'r man haar, dat zij te veel gaf aan de armen, maar, door een wonder, veranderden de aalmoezen, die ze onder haar mantel droeg, in geurige rozen.
In het Priesterkoor van de Thoolsche kerk, rusten onder een Namenschen steen Guy de Groote Bastaard van Blois, baljuw van Tholen en zijn vrouw Clara van Botland.
Op den schuin afgewerkten rand leest men omtrent haar: "In 't jaer ôs Heere MCCCC ende XXXV op den XXsten dagh in September storf joncfrouw Clare van Botlant Guy de bastaert van Bloys wijf was. Bidt voor heer siele."
Veertien jaar eerder was haar man heengegaan.
Clara was alom bekend door haar groote milddadigheid.
Eens verweet 'r man haar, dat zij te veel gaf aan de armen, maar, door een wonder, veranderden de aalmoezen, die ze onder haar mantel droeg, in geurige rozen.
Onderwerp
SINLEG 0453 - Das Rosenwunder.   
Beschrijving
Bij een vrouw, die door haar man werd verweten te veel aan de armen te geven, veranderden de aalmoezen, die ze in haar mantel droeg, in rozen.
Bron
J.R.W. en M. Sinninghe: Zeeuwsch sagenboek. Zutphen 1933, p. 202
Commentaar
voor 1897
Das Rosenwunder.
Naam Overig in Tekst
Guy van Blois   
Clara van Botland   
Naam Locatie in Tekst
Tholen   
Namen   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
