Hoofdtekst
Het Godsoordeel.
Cornelis heette hij, vloeken en dobbelen deed hij als een ketter, en stroopen als de beste. Op geen enkele vechtpartij van de Iersekendamsche, de Kruiningsche of de Goessche kermis ontbrak hij, de onvervalschte bekkesnijder.
Algemeen gevreesd was "Kees Toone", zooals hij doorgaans werd genoemd, want behalve zijn handigheid met het mes, was hij verduiveld lenig en sterk.
Het best van alles zwom hij toch. Zonder van moeheid maar te kikken is hij van Iersekendamme naar Jorishoek gezwommen, dat deed er geen uit den omtrek hem na.
Vader en moeder hadden veel verdriet van dien jongen, alle andere kinderen waren "vroom en vlijtig" maar Kees was een buitendijker, voor niets anders te vinden, dan voor stroopen en brassen.
't Ergst van al was zijn afschuwelijk gevloek. Wanneer je dat hoorde, sloeg de angst je om het hart. Ieder was het er over eens dat het met dat duivelskind mis zou loopen
En dat deed 't ook. Toen ie op een keer met zijn vader op de Schelde aan 't visschen was, sloeg hij overboord. Waardoor weet nog niemand. Maar wat beteekent dat voor zoo'n waterrat. Tot hun helder groote ontzetting echter kan Kees geen slag meer zwemmen Geen halve meter van de boot verdrinkt hij voor de oogen van zijn vader. Als de vader hem aan bakboord een plank toesteekt, drijft Kees naar stuurboord af, en als hem daar een touw wordt toegegooid, trekt een onzichtbare macht hem terug. Zoo is hij jammerlijk omgekomen. 't Vreemdste is wel dat zijn lijk nooit gevonden is.
In de registers van den Burgerlijken Stand van 1811-'70 vond de heer G. D. van Oosten geen overiijdensacte van dezen Kees Toone — Cornelis Toonszoon Griep. De overlevering, dat zijn lijk niet is aangespoeld, schijnt dus waar te zijn.
Cornelis heette hij, vloeken en dobbelen deed hij als een ketter, en stroopen als de beste. Op geen enkele vechtpartij van de Iersekendamsche, de Kruiningsche of de Goessche kermis ontbrak hij, de onvervalschte bekkesnijder.
Algemeen gevreesd was "Kees Toone", zooals hij doorgaans werd genoemd, want behalve zijn handigheid met het mes, was hij verduiveld lenig en sterk.
Het best van alles zwom hij toch. Zonder van moeheid maar te kikken is hij van Iersekendamme naar Jorishoek gezwommen, dat deed er geen uit den omtrek hem na.
Vader en moeder hadden veel verdriet van dien jongen, alle andere kinderen waren "vroom en vlijtig" maar Kees was een buitendijker, voor niets anders te vinden, dan voor stroopen en brassen.
't Ergst van al was zijn afschuwelijk gevloek. Wanneer je dat hoorde, sloeg de angst je om het hart. Ieder was het er over eens dat het met dat duivelskind mis zou loopen
En dat deed 't ook. Toen ie op een keer met zijn vader op de Schelde aan 't visschen was, sloeg hij overboord. Waardoor weet nog niemand. Maar wat beteekent dat voor zoo'n waterrat. Tot hun helder groote ontzetting echter kan Kees geen slag meer zwemmen Geen halve meter van de boot verdrinkt hij voor de oogen van zijn vader. Als de vader hem aan bakboord een plank toesteekt, drijft Kees naar stuurboord af, en als hem daar een touw wordt toegegooid, trekt een onzichtbare macht hem terug. Zoo is hij jammerlijk omgekomen. 't Vreemdste is wel dat zijn lijk nooit gevonden is.
In de registers van den Burgerlijken Stand van 1811-'70 vond de heer G. D. van Oosten geen overiijdensacte van dezen Kees Toone — Cornelis Toonszoon Griep. De overlevering, dat zijn lijk niet is aangespoeld, schijnt dus waar te zijn.
Beschrijving
Een man, die heel goed kan zwemmen, maar een kwade aard heeft, slaat op de Schelde overboord en kan geen slag meer zwemmen en verdrinkt voor de ogen van zijn vader, die ook het lijk niet kan bergen, dat nooit gevonden is.
Bron
J.R.W. en M. Sinninghe: Zeeuwsch sagenboek. Zutphen 1933, p. 209-210
Commentaar
voor 1933
Naam Overig in Tekst
Cornelis Toonszoon Griep   
Iersekendamme   
Kees Toone   
G. D. van Oosten   
Naam Locatie in Tekst
Kruiningen   
Goes   
Jorishoek   
Schelde   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
