Hoofdtekst
Het Heilige Eiland.
Walcheren was eens een heilig eiland, evenals Ré op de kust van Bretagne; het wordt voorgesteld als met dichte bosschen bedekt, en zoodanig in nevelen gehuld, dat de zon er slechts met moeite kan doordringen.
De mistige, duistere, geheimzinnige en stormachtige Noordzee gaf aanleiding tot menig wonderverhaal, en nog eeuwen daarna gingen er schrikwekkende geruchten rond van aldaar plotseling opkomende, alles vernielende dwarrelwinden, van gruwelijke zeemonsters en van reuzenvogels, die vaartuig en hemanning bedreigden.
De bewoners onzer kusten waren "ruych ghelijck wilden, seer sterck van lijve, ende sij ontsagen niemant." Procopius vertelt over hen een merkwaardig verhaal.
Aan de bewoners van de Westkaap van Walcheren ( Westkappel) was door de goden opgedragen de geesten van de dooden naar Engeland te voeren.
Alle nachten als het gansche dorpje sliep, werden de visschers door een geheimzinnig kloppen op hun kleine wit-zwarte deurtjes gewekt. Dan daalden ze af naar het strand en aan den voet van den dijk vonden ze de booten liggen, slanke booten van vreemden vorm met draken en griffioenen aan de steven, en zoo zwaar met onzichthare, vreemde wezens bemand, dat ze niet meer dan een vingerbreed boven het water uitstaken.
Zoodra ze zich hadden afgezet van den wal, werden de bootjes als door onzichtbare handen met duizelingwekkende snelheid voortgedreven, en binnen het uur bereikten ze den overkant.
En als zij onder aan de witte krijtrotsen waren geland, begonnen de scheepjes langzaam te rijzen, telkens als een ziel het bootje verliet en ze hoorden een zachte, geheimzinnige stem, die de namen afriep van al die dooden, en bij die van de getrouwde vrouwen, ook de namen van hun man. En als de stem eindelijk zweeg, wisten de schippers dat voor dien nacht tenminste hun taak was volbracht, dat ze weer in hun scheepjes terug mochten keeren naar hun land.
Walcheren was eens een heilig eiland, evenals Ré op de kust van Bretagne; het wordt voorgesteld als met dichte bosschen bedekt, en zoodanig in nevelen gehuld, dat de zon er slechts met moeite kan doordringen.
De mistige, duistere, geheimzinnige en stormachtige Noordzee gaf aanleiding tot menig wonderverhaal, en nog eeuwen daarna gingen er schrikwekkende geruchten rond van aldaar plotseling opkomende, alles vernielende dwarrelwinden, van gruwelijke zeemonsters en van reuzenvogels, die vaartuig en hemanning bedreigden.
De bewoners onzer kusten waren "ruych ghelijck wilden, seer sterck van lijve, ende sij ontsagen niemant." Procopius vertelt over hen een merkwaardig verhaal.
Aan de bewoners van de Westkaap van Walcheren ( Westkappel) was door de goden opgedragen de geesten van de dooden naar Engeland te voeren.
Alle nachten als het gansche dorpje sliep, werden de visschers door een geheimzinnig kloppen op hun kleine wit-zwarte deurtjes gewekt. Dan daalden ze af naar het strand en aan den voet van den dijk vonden ze de booten liggen, slanke booten van vreemden vorm met draken en griffioenen aan de steven, en zoo zwaar met onzichthare, vreemde wezens bemand, dat ze niet meer dan een vingerbreed boven het water uitstaken.
Zoodra ze zich hadden afgezet van den wal, werden de bootjes als door onzichtbare handen met duizelingwekkende snelheid voortgedreven, en binnen het uur bereikten ze den overkant.
En als zij onder aan de witte krijtrotsen waren geland, begonnen de scheepjes langzaam te rijzen, telkens als een ziel het bootje verliet en ze hoorden een zachte, geheimzinnige stem, die de namen afriep van al die dooden, en bij die van de getrouwde vrouwen, ook de namen van hun man. En als de stem eindelijk zweeg, wisten de schippers dat voor dien nacht tenminste hun taak was volbracht, dat ze weer in hun scheepjes terug mochten keeren naar hun land.
Beschrijving
De bewoners van Walcheren moeten 's nachts doden overvaren naar Engeland, wat ze doen in zeer korte tijd.
Bron
J.R.W. en M. Sinninghe: Zeeuwsch sagenboek. Zutphen 1933, p. 236-237
Commentaar
voor 1913
Kesteloo, Domburg in woord en beeld, 1913
Kesteloo, Domburg, 2; Nagtglas, Onze Voorouders, 6; Procopius, de Bello Gotthic, L. IV, c. 20; Volkskunde XI, 66.
Naam Overig in Tekst
Procopius   
Westkaap   
Naam Locatie in Tekst
Walcheren   
Ré   
Bretagne   
Noordzee   
Westkapelle   
Engeland   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
