Hoofdtekst
In de 16e eeuw voerden de inwoners van Axel den naam Snoucketers.
Hun hedendaagsche benamingen zijn Proppenschieters, Strooplikkers (hun bepaaldelijk door de burgers van Zaamslag gegeven) en Vetklippen.
Hoe is die laatste spotnaam ontstaan?
De meesten meenen door het vettige glimmen der halfleeren broeken.
Van die broeken wordt verteld, dat de Axelsche boer ze naast zijn bed neerzet, zoodat hij er 's morgens maar in te springen heeft.
Waarschijnlijk echter is de spotnaam ontleend aan het Axelsche petje, waarvan de klep (klip) bij de meesten door het lange dragen vettig is geworden.
Van Axel naar Terneuzen,
Daar weunen de meeste geuzen;
Van Zwalemslag naar Biervliet,
Daar deugen ze geens van allen niet.
De hervormde predikers zakten van daaruit naar Vlaanderen af; later hebben uit die steden de wilde Geuzen het land afgestroopt.
Het vers kan ook doelen op de vele Protestanten die er wonen. In het land van Waas heet het: "Als alles op is en wij weten niet meer wat te doen, zullen wij naar Axel met wijwater gaan leuren."
Van iets dat in overvloed valt, zegt men dat 't valt gelijk de ballen van Axel. Worden hiermee kogels bedoeld?
Zoo zwart als Axel is zoo zwart als roet.
Onderwerp
TM 2602 - Spotnaam voor naburig dorp (stad) of hun inwoners   
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Axel   
Snoucketer   
Proppenschieter   
Strooplikker   
Vetklippen   
Protestanten   
Land van Waas   
Zwalemslag   
Geuzen   
Protestanten   
Naam Locatie in Tekst
Zaamslag   
Terneuzen   
Vlaanderen   
Biervliet   
Geus   
