Hoofdtekst
In de XVe en XVIe eeuw heetten de inwoners van Biervliet, Soutsieders. Het zoutzieden heeft de opkomst van vele zeeplaatsen, zelfs van het rijke Venetië, bewerkt; de zouthandel bestond reeds in het begin der middeleeuwen toen iedere nederzetting in zijn eigen behoeften voorzag.
Een Biervlietenaar mag tweemaal zijn mes trekken. In 't westelijk deel van Zeeuwsch Vlaanderen zegt men dit als men, als gast, andermaal het mes opneemt om mee te eten. Blijft men bedanken, dan zegt men: "Ik ben geen Biervlietenaar."
Dit gezegde wordt als volgt verklaard.
In october 1384 probeerde Francis Ackerman, ruwaard van Gent, zich met behulp van eenige gewapende vaartuigen van Biervliet meester te maken, maar zijn toeleg mislukte.
Het volgend jaar herhaalde hij zijn poging, daarbij krachtig door een Engelsche vloot gesteund, maar hij werd door de burchtvoogd Hasa wederom afgeslagen.
Daar de Biervlietenaars, binnen het jaar, tweemaal het mes mochten (taaleigen voor moesten) trekken, mogen ze dat nog doen.
Hun spotnaam is Haringen of Haringkoppen, ter gedachtenis aan Willem Beukelszoon die het haringkaken uitvond.
Onderwerp
TM 2602 - Spotnaam voor naburig dorp (stad) of hun inwoners   
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Soutsieder   
Biervlietenaar   
Francis Ackerman   
Haringkoppen   
Willem Beukelszoon   
Naam Locatie in Tekst
Biervliet   
Venetië   
Zeeuwsch Vlaanderen   
Zeeuws Vlaanderen   
Gent   
Hasa   
Haring   
