Hoofdtekst
Muenickenree, Munnikenree, was in de middeleeuwen een bloeiend stedeke aan het Zwin. Waar het goed der Gentsche monniken lag, vond de scheepvaart een veilige reede.
In de vijftiende eeuw, met het verslijken van het Zwin, verviel het plaatsje. In 1517 is het zoo'n gering vlek geworden, dat het in de algemeene schatting der Vlaamsche steden wordt aangeslagen voor niet meer dan 2 penningen.
Eduwaert de Dene noemt in zijn spotlied "Den Langen Adieu" (1561) ook de "Rocheters van Muenickeree." Was het, omdat men zich in het vervallen plaatsje moest voeden met de rog, die voor een geringe vischsoort werd gehouden? Maar ook in de "Properheden van der Steden van Vlaenderen" (± 1400) worden reeds de "Rocheters van Nivenkercede" vermeld.
In 1681 zijn er van de stad nog slechts zeven huizen overgebleven en nu herinnert alleen de naam van een weiland "Minnikeree bilk" aan de vergane stad; en daar men er nog al eens geldstukken heeft gevonden, zegt men, dat hier "de munt" heeft gestaan.
Al is het stadje te niet gegaan, er zijn nog Munnikereeders over gebleven. Een man (misschien wel een heel gezin) heeft oudtijds zijn stad verlaten, en zich in Holland gevestigd, zooals in de zestiende eeuw zoovele Vlamingen deden. Die man noemde zich "Van Muenickeree" en zijn nakomelingen woonden in de laatste helft der 19e eeuw te Delft, Rotterdam, Haarlem en Heemskerk.
De geslachtsnaam heeft in dit geval den plaatsnaam overleefd.
Onderwerp
TM 2602 - Spotnaam voor naburig dorp (stad) of hun inwoners   
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Monnikenree   
Muenickenree   
Munnikenree   
Eduwaert de Dene   
Den Langen Adieu   
Rocheters   
Properheden van der Steden van Vlaenderen   
Rocheters van Nivenkercede   
Minnikeree bilk   
Munnikereeder   
van Muenickeree   
Vlaming   
Naam Locatie in Tekst
Zwin   
Gent   
Holland   
Delft   
Rotterdam   
Haarlem   
Heemskerk   
