Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ZEEUW393 - Het Ierseksche Driemanschap.

Een sage (boek), 1923 - 1932

Hoofdtekst

Het Ierseksche Driemanschap.

Wie met oud Ierseke spreekt over hun jongen tijd, zal zeker te hooren krijgen over dokter Mooy, meester Toontje en Jantje den ondermeester.
Dit drietal was alom bekend, en wel om hun drinkkunde, daarin waren ze kampioenen, en dat wilde heel wat zeggen in die dagen. Ze kampten onderling nog voortdurend om den eerste te zijn.
Op een oudejaarsavond moest meester Toontje, de laatste schoolmeester aan wiens ambt nog een half dozijn kerkelijke bedieningen waren verbonden, als voorzanger dienst doen. Nu waren heer en knecht den ganschen lieven dag bevrijd geweest van het meestertje spelen en hadden dus in de herberg uitgerust. Hoewel beiden heel wat verdragen konden, kwam het toch wel voor dat de laatste borrel juist misviel. Dat was ook het geval op dezen avond en daar Toontje nog het verst weg was, zou Jantje hem vervangen.
Het ging aanvankelijk goed, gewoonte doet veel, 't oude Toontje was zoetelijk ingedommeld en Jantje las ijverig voor, Genesis IV en toen hij van vers 17 de eerste regels had gelezen, moest hij het blad omslaan; daardoor raakte hij in de war, en vervolgde met vers 14 uit hoofdstuk VI. Algemeene ontsteltenis bij de kerkgangers die voor het eerst vernamen dat Kain zijn huisvrouw van binnen en buiten bepekte met pek. . .
Dit deed de beker overloopen, hij kreeg zijn ontslag en moest als koeienpaster op het hof Tholseinde de koeien en biggen hoeden en nog daarenboven 's avonds de kinderen van den boer onderwijzen.
Later heeft Jantje weer zijn oude glorie herkregen, maar het was niet van langen duur, want hij stierf jong. Tannetje Griep, bij wier moeder hij jarenlang heeft thuisgelegen, moest op een zaterdagnamiddag naar den dokter.
Mooy was een oude legerdokter die gekweld werd door het pootje; daarom zag men hem 's winters, op een bos stroo gezeten, op een sleeper de patienten bezoeken, een zware jas aan, een dikke das om, dekenwanten aan, den berenmuts op en de klompen aan de voeten.
Nu was Tannetje maar liever niet op dat uur naar hem toegegaan, want het heele dorp wist, dat hij laat in den namiddag niet meer present was. Dat was helder als glas gebleken, toen hij eens bij een vrouw werd geroepen; voor de bedstee gezeten, haar pols vatte en verontwaardigd uitriep dat ze bezopen was. Groote consternatie, vooral toen het bleek dat dokter zijn eigen pols had gevoeld. Dien middag had hij weer een snee in zijn neus. Vreeselijk speelde hij op over dien smeerpoes die hem nooit eens met rust liet, maar hij gaf haar toch een fleschje mee.
's Zondagsmorgens was Jantje reeds ter ziele, en tusschen den middag kwamen dokter en meester hun bezoek van rouwbeklag brengen, hoewel ze heelemaal niet verdrietig gestemd waren, integendeel, zelfs luidruchtig en plezierig bij den doode zaten en daar nog een volle flesch brandewijn dronken.

Beschrijving

Dokter Mooy, meester Toontje en ondermeester Jantje waren bekend om hun drinkkunde. Op oudejaarsavond moest Toontje eens in de kerk als voorzanger dienen. Wegens de vele borreltjes zou Jantje hem vervangen, maar ook die was ver heen en vergiste zich in het verhaal over Kaïn bij het omslaan van de pagina. Hij werd ontslagen en moest voortaan koeien hoeden en de kinderen van de boer onderwijzen.
Tannetje Griep, bij wier moeder Jantje ziek lag, moest op een zaterdagmiddag naar de dokter die ondanks dronkenschap toch een flesje meegaf. Zondagochtend overleed Jantje. Dokter en meester kwamen rouwbeklag brengen maar waren luidruchtig en vrolijk en dronken ter plekke nog een fles brandewijn.

Bron

J.R.W. en M. Sinninghe: Zeeuwsch sagenboek. Zutphen 1933, p. 347-348

Commentaar

voor 1933

Naam Overig in Tekst

Meester Toontje    Meester Toontje   

Dokter Mooy    Dokter Mooy   

Ondermeester Jantje    Ondermeester Jantje   

Genesis    Genesis   

Tholseinde. Tannetje Griep    Tholseinde. Tannetje Griep   

Naam Locatie in Tekst

Ierseke    Ierseke   

Kaïn    Kaïn   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20