Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CBOEK415

Een sage (brief), dinsdag 26 april 1892

Hoofdtekst

Kaatje vertelde mij heel verschrikt
Dat het nu al verscheidene nachten
Zoo in haar bedstee had getikt
Zij had gewis iets kwaads te wachten.
't Kloppertje achter het houten schot
Voorspelde haar dit droevig lot.
Dat tikte en takte en scheidde niet uit,
Iets, dat gewis wat kwaads beduidt.
Ook, toen zij laatst haar venster sloot
Stond voor de deur een hond te huilen.
Dit dreigt, zegt ze, (gewis met dood ?)
Zij wist van kraaien en van uilen,
Hoe hun gekras ons onheil spelt
Daar zij mij veel van heeft verteld.
En brak er een spiegel, een flesch of een glas,
Dan volgt de dood van den eigenaar ras.

Ik was er toch niet mee tevreê,
Dat dit gespook mijn rust zou storen.
Ik ging naar onzen dominé
Om er zijn meening van te hooren.
Dat is zulk een braaf en rechtschapen man,
Wien men gerust zoo iets vragen kan.
Wie vraagt, wordt ook wijzer, is altijd zijn woord,
Als hij naar onderrichting hoort.
"Er is," sprak hij, "een weldadig God,
Die steeds voor ons geluk blijft zorgen
Hij is het, die ons toekomstig lot
Wijselijk heeft voor ons oog verborgen.
Wie had er ooit een blijden dag,
Die reeds vooruit zijn rampen zag.
Door angstig te vreezen verloor hij den moed,
Die hem het onheil dragen doet."

Beschrijving

Een vrouw vreest de toekomst na het horen van getik in haar bedstee; de dominee is echter van mening, dat God onze toekomst voor ons verborgen houdt.

Bron

Collectie Boekenoogen (archief Meertens Instituut)

Commentaar

26 april 1892

Naam Overig in Tekst

Kaatje    Kaatje   

God    God   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22