Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CBOEK423

Een sprookje (almanak), 1881 - 1900

Hoofdtekst

Toen ik henenging en wederkwam,
Zes levende uit de doode nam,
De zesde maakten de zevende rijk
Wie heeren, raadt dit te gelijk?
Zoo gij heeren dit kunt raden,
Moogt gij mijne man wel braden,
Maar zoo gij heeren dit niet kunt denken
Dan zult gij mij mijn man wel schenken.
(antw. een nest met jonge vogels in een doode paardekop.)

Onderwerp

AT 0927 - Out-riddling the Judge    AT 0927 - Out-riddling the Judge   

ATU 0927 - Out-riddling the Judge.    ATU 0927 - Out-riddling the Judge.   

Beschrijving

Rechterraadsel:
Toen ik henenging en wederkwam,
Zes levende uit de doode nam,
De zesde maakten de zevende rijk
Wie heeren, raadt dit te gelijk?
Zoo gij heeren dit kunt raden,
Moogt gij mijne man wel braden,
Maar zoo gij heeren dit niet kunt denken
Dan zult gij mij mijn man wel schenken.

Bron

Collectie Boekenoogen (archief Meertens Instituut)

Commentaar

eind 19e eeuw
Out-riddling the Judge

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22