Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CBOEK434

Een sprookje (almanak), 1908 - 1911

Hoofdtekst

Het volgende is het verhaal van een dief, die een huis inbreekt als de heer en de juffrouw uit zijn en een meisje alleen achtergebleven is om het te bewaken. Het moedige meisje weet den dief buiten te krijgen. Vloekend gaat hij nu naar zijn kameraden, die een gat onder den drempel van de deur graven om het huis toch binnen te kunnen komen. Een der dieven waagt zich het gat in, maar wordt, toen hij nogmaar halverwege was, zijn hals afgesneden. Ter belooning voor haar moed ontvangt het meisje later van de heer 700 gouden kronen. (Het heele rijm werd in de touwbaanderij gezongen.)
't Was op een Zaterdagen avond laat,
Mooi meisje zou gaan vegen de straat.
Ze wier van der buren geropen
Mendeen kwam daar een loze dief
Was in des huis gekropen
Mooi meisje die verschrikte zoo zeer
"Kom eet en drink maar met me mee!"
Ze docht: ik was alleenig.
Maar toene zullie gegeten en gedronken hadt
Zoo dat die loze dief toen sprak,
Die sprak zoo menig wurfe:
"Al heb je 'n halsie als goud zoo rood,
Alevel zal je sterven."
Dat mooi meisje, dat oopte haar kasten en kist
En haalde eruit dat niemand en wist
Ze begonnen toen melkander te minnen.
Toen wassen der geen touwtjes of bandjes genoeg
Om d'r zakken toe te bingen.
Toen sprak zij weer:
"Loop achter naar mevrouws zomerhuis
Daar hangen 'n paar schalen bij 't fornuis
Daar hangen 'n paar zulverde schalen
Loop henen en gaat die halen."
De dief, die docht op zijn gemoed
"Die paar zilverde schalen, die lijken me ook nog goed."
Hij treedde zoo zachtjes naar buitene
Mooi meisje, die sloot deuren en vensters dicht.
Als dat die dief die bleef er buiten.
Die dief die zwisterde en hij zwoer
En schold hij ze uit voor karnaliehoer.
Hij ging fluiten langs de straten
Toen kwamen er nog 'n stik zeven of acht
Al van zijn kameraten.
Wat zee die overste van die acht:
"Ik heb nog een klein kansje verwacht
Kom, laten we spitten en graven
Kom, laten we spitten en delven mee
Eer de dag begint te dagen."
Toene zullie gespitten en gedolven had,
Toen dorst er geen een man door het gat.
Toen sprak Jan Joosten met schroomen:
"Benne jullie van een mooi meisje bevreesd?
Atju, ik ga ter voren."
Toen Jan Joosten op ter halven wege kwam,
Toen mooi meisje het mesje uit der scheegie nam.
Ze snee erin dat het beefde
Jan Joosje was zijn hoofie kwijt.
En het hoofd was in d'r huis gebleven.
Ze vatte het hoofd al bij het haar
En zette het op een tinnen schotel voorwaar.
Ze zette het op kisten of kasten
Ze schreef 'n brief aan d'r heer en juffrouw toe
"Kom thuis, we hebben gasten."
Wat kreeg ze voor der loonen
Van al die heeren uit de stad?
700 gouden kronen.

Onderwerp

AT 0956B - The Clever Maiden Alone at Home Kills the Robbers    AT 0956B - The Clever Maiden Alone at Home Kills the Robbers   

ATU 0956B - The Clever Maiden Alone at Home Kills the Robbers.    ATU 0956B - The Clever Maiden Alone at Home Kills the Robbers.   

Beschrijving

Een dief breekt in een huis in als de heer en de juffrouw uit zijn en een meisje alleen achtergebleven is om het te bewaken. Het moedige meisje weet de dief buiten te krijgen. Vloekend gaat hij nu naar zijn kameraden, die een gat onder de drempel van de deur graven om het huis toch binnen te kunnen komen. Een der dieven waagt zich het gat in, maar wordt, als hij nog maar halverwege is, zijn hals afgesneden. Ter beloning voor haar moed ontvangt het meisje later van de heer 700 gouden kronen.

Bron

Collectie Boekenoogen (archief Meertens Instituut)

Commentaar

ca. 1910
Twee versies aanwezig in collectie; versie van Ketel gebruikt, van Boekenoogen niet!
The Clever Maiden Alone at Home Kills the Robbers

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22