Hoofdtekst
Joris hadt met sijn droncken drincken alles verteert en wierdt een sletvinck, het
eerlijck geselschap schuwende. 't Gebeurde eens dat hij bij de oude vrienden weer raeckte, Daer maeckte hij het weer als een beest en soop sich in 1/4 uyrs soo droncken, dat hij op 3 stoelen ging leggen roncken. 'Die beest', seyde juffrou van Wringier, 'ik ben beschaemt dat ik hem hier hebbe ingebragt, die hondsvot!' R. 'Ey juffrou van Wringier, De mortuis nil nisi bonum, laet hem loopen voor hetgeene hij is, en mijdt hem op een ander tijt.'
eerlijck geselschap schuwende. 't Gebeurde eens dat hij bij de oude vrienden weer raeckte, Daer maeckte hij het weer als een beest en soop sich in 1/4 uyrs soo droncken, dat hij op 3 stoelen ging leggen roncken. 'Die beest', seyde juffrou van Wringier, 'ik ben beschaemt dat ik hem hier hebbe ingebragt, die hondsvot!' R. 'Ey juffrou van Wringier, De mortuis nil nisi bonum, laet hem loopen voor hetgeene hij is, en mijdt hem op een ander tijt.'
Beschrijving
Joris was een zuiplap. Op een keer had hij zich klem gezopen en ging over drie stoelen heen liggen slapen. Juffrouw van Wringier ergerde zich hier verschrikkelijk aan. Een ander maakt haar duidelijk dat ze zich niets van hem aan moest trekken, omdat hij dat niet waard was.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Joris   
Van Wringier   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
