Hoofdtekst
Huijbert was een stadsbarbier, die eens met sekeren schatrijcken burger gaende wandelen (wiens goedt meest in landerijen bestond) de laeger hand hadde. R. 'Wat duyvel Huijbert, (hij was een grootsche geck) dat soude ick in eeuwigheyd niet gelêen hebben, ghij aen de lager handt te gaen van een die minder is als ghij!' R. 'Minder als ick, dat kan ick niet begrijpen, soo een machtig rijck man, en gequalificeert burger? ' R. 'Wat rijck! Wat rijck ! Ghij moet rekenen dat gij een stadsmeester, hij maer een veldscheerder is.'
Beschrijving
Op een keer ging Huijbert de stadsbarbier wandelen met een schatrijke burger, die veel landerijen bezat. Later verklaarde iemand hem voor gek, omdat hij die burger aan zijn hogere hand had laten gaan, terwijl die zijn mindere was. Huijbert antwoordde dat de burger niet minder dan hij kon zijn: hij was immers machtig en rijk. Zijn gespreksparter was het daar niet mee eens. De burger was dan wel rijk, maar Huijbert was een stadsmeester en de burger maar een veldscheerder.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Hoge(re) en lage(re) hand zijn termen uit de etiquette, die te maken hebben met het verlenen van voorrang of het bewijzen van eer. Zie ook het WNT.
Naam Overig in Tekst
Huijbert   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
