Hoofdtekst
Du Chan, stalmeester van Sijn Hoogheydt, importuneerde de comedianten dickwils, met het gordijn op te lichten of op het theater te gaen staen ofte een van haer in 't spelen aen ie spreecken. Als sij het hem niet dorsten verbieden, nam Gringalet sijn slag eens waer, doe hij weer terzijden op de stellagie stondt. Hij wierdt quansuys van sijn meester gecommandeert soo een brief aen sijn maistres te brengen, woonende in sulcken huys, wijsende daer Du Chan voor stondt. R. 'Monsieur elle y demeurt pas, car c'est le logis d'un meusnier.' R. 'Que le scais tu?' R. 'Parce queje vois un asne à la porte.'
Beschrijving
De stalmeester van de koning, Du Chan, verstoorde vaak de acteurs tijdens het spel op het podium. Zij durfden hem dit niet te verbieden. Daarom stuurde Gringalet hem, toen hij weer eens daar aanwezig was, met een brief naar zijn meesteres. Maar Du Chan zei dat het huis waar hij naar toe moest door een molenaar bewoond werd, want hij zag een ezel in de deur staan.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Du Chan   
Gringalet   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
