Hoofdtekst
Jacob, de voerman, raesde schrickelijck op Willeboordt waerom hij niet op de wagen quam sitten, dat het tijdt was om af te vaeren etc. Hij tradt dan eyndelijck op, nae sijn discours met Aernout uyt was, en seyde: 'Nu weeran voerman, rijdt vrij soo hardt als gij wilt, wij sullen u wel volgen.'
Beschrijving
Jacob vond dat Willeboordt maar eens gauw op de wagen moest komen zitten, want hij wilde wegrijden. Willeboordt was echter met Aernout aan het praten. Toen hij daarmee klaar was, kwam hij op de wagen. Hij zei toen tegen Jacob dat hij zo hard mocht rijden als hij wilde, zij zouden wel volgen.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Jacob   
Willeboordt   
Aernout   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
