Hoofdtekst
Bodtecherus, die op de mesnage twee fulpe boterammen in sijn mantel hadde laeten setten, raeckte met een ander professor aen 't disputeren en als hij desen professor een sophisma voortbragt, vatte hij Bodeccherus bij sijn slippen van sijn mantel, en soo al treckende seyde hij: 'Sed non sequitur, domine, sed non sequitur.' De ander hadde sijn mantel wel vol gevoert, maer op credit. Bodtecherus lichte de slip op. R. 'Sequitur quidem sed non solvitur.'
Beschrijving
Tijdens een dispuut tussen twee professoren, grijpt de een de ander bij de jas en roept in het Latijn dat het niet klopt. De ander heeft onbetaald voedsel in zijn jas zitten en antwoordt: het klopt wel, het is alleen nog niet betaald.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Bodtecherus   
Bodeccherus   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
