Hoofdtekst
Monsieur Jaques Auguste de Thou en Don Estevan de Gamarra, dese Spaensche en die Fransche ambassadeur aen de Geunieerde Provintiën, quamen malkanderen, elck met een koets met 6 paerden, tegen in 't Voorhout, en niemand wilde wijcken, maer daerop inslaen. Langerac, die's middags noch bij Spangiën gegeten hadde, en een Fransche dame tot sijn moeder heeft, sprong uyt de Spaensche koets, seggende dat hij sijn Exellentie ootmoedige dienaar bleef, maer als het sijns konings eer raeckte dat hij dan was gedwongen partij te kiesen, nam daerop het rapier in de handt en voegde sich bij Vranckrijck, daer hij groote officiën dede met overen weder te gaan, kost hij haer tot geen accommodement bewegen, ten minsten hij stutte alle verdere onheylen soo verre dat ondertusschen de guarde in de wapenen quam, en de Raedpensionaris Johan de Wit op de been, die sich datelijck tusschen beyden voegde. Maer De Thou wilde nergens nae luysteren, seggende dat Don Estevan een soldaet was, en dat sij maer een stap van het Voorhout om de questie bij te leggen, en met korte woorden: ' Ik wil niet met Spangiën gelijck gestelt werden, want mijn commissie houdt in dat in cas van anders te doen, ick het hooft quijt ben, en Don Estevan heeft het hart niet van sulx in sijne commissie aen te wijsen.' Den anderen seyde schoon hij het niet in mandatis expresse hadde, dat hij er niet beter evenwel soude afkoomen. De saeck, soo hoopeloos tot accoordt staende, vondt de Raedpensionaris goedt de balie daeraen de zijde en weer een goedt stuckje verder aen het hoofdt door te sagen, en dan souw Spangiën het Voorhout door en Vranckrijck sijn cours rijden, 'twelck geschiede. Spanje glorieerde dat hij door 't Voorhout gereden en consequentelijck de hoogerhandt gehouden hadde. Vranckrijck daertegen seyde dat het hem genoeg was dat Spangiën hadt moeten wijcken en dat hij sijn rechten weg gegaen was, soodat dit proces van de glorie onder den rechter noch ongedecideert is hangende.