Hoofdtekst
Lammert, de schipper op Utrecht, dat anders een stout stuck vleysch is. quam tot een snaeck van een barbier die een skeleton hadde, daer hij Lambert op het onvoorsienste tegen aendouwde, maer als hij sag dat hem dat niet vervaerde, voelde hij sels quansuys eens aen de tanden. 'Y, gut Lambert', seyde hij. die vent moet scharpe tanden gehadt hebben.' Met als Lambert sijn vingers daerin stack draeyde de barbier de schroef achter toe, dat Lambert soo gebeten wierdt dat hij van sijn selven viel.'
Beschrijving
Lammert was normaal geen bang figuur. Maar hij kwam eens bij een barbier, die een skelet had. Hij duwde Lammert daar tegenaan, maar dat maakte geen indruk. Toen liet hij Lambert aan het gebit van het skelet voelen, en draaide de schroef in de schedel toe, zodat Lammert gebeten werd: toen werd hij wel degelijk bang.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Lammert   
Naam Locatie in Tekst
Utrecht   
Lambert   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
