Hoofdtekst
Arij Bastiaens, Oost-Indisch schipper, snoefde eens in 't Waepen van Overijssel tot Amsterdam, van de Indiaensche profijtelijcke tochten. 'Het waer mij leet', seyde hij, 'dat ick een reys daernae toe soude doen en in 3 jaeren geen 40.000 rijxdaelders medebrengen etc. Ick vertelde dit aen onse stuyrman op Zuijdpolsbroeck Claes de Roode van der Heijden. R. 'Jawel mijnheer, weest soo arg als ghij wilt, ick geloof niet dat er in dien tijdt 40.000 stuyvers zijn te winnen.' R. 'lck weet niet, Claes, die ouwe bend-vogels hebben dickwijls sulcke streecken op haer compas daer de duyvel noch sijn moer niet om en denckt, en hij hadde veel met de inlandsche natiën verkeert.' R. 'Dat is waer, maer voornamentlijck met de vrouwen, om de tael te leeren.' R. 'Dat weet ick sao naeuw niet. altoos sij seyden dat hij duyvels fijn was.' R. 'Dat geloof ick wel. want daer woont noch tegenwoordig een apotheker op Batavia die hem dat ik weet tot 3 verscheyde reysen versmolten heeft.'
Beschrijving
Een schipper schept op dat hij met zijn reizen naar Indië een groot kapitaal vergaard heeft. De grootte van het kapitaal wordt evenwel betwijfeld. Men beweert dat de schipper veel omgang had met de inlanders, maar kwade tongen beweren dat dat vooral met de vrouwen was, zogenaamd om de taal te leren.
Iemand weet dat de schipper in elk geval een flinke schuld heeft bij een apotheker in Batavia (vanwege geneesmiddelen tegen geslachtsziekte?).
Iemand weet dat de schipper in elk geval een flinke schuld heeft bij een apotheker in Batavia (vanwege geneesmiddelen tegen geslachtsziekte?).
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Arij Bastiaens   
Oost-Indisch   
't Waepen van Overijssel   
Zuijdpolsbroeck   
Claes de Roode van der heijden   
Naam Locatie in Tekst
Amsterdam   
Batavia   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
