Hoofdtekst
Tot Outdorp hij Goeré, als de boeren daer vrolijck willen zijn, soo seggen sij alles recht verkeert als het is. Regent het dat het klapt, soo seggen se: ''t Is moy weer.' Is 't lecker bier: 'dat bier is vaets etc.' Een vreemde boer, die hier niet van wist, tot Outdorp in 't selschip koomende bragt het één van dese inboorelingen, die het glas onfangende. seyde: 'lck hebbe uw vader wel gekent, dat was een schelm en fielt (willende seggen een eerlijck man).' Dese boer, geen geck verstaende, trock van leer en gaf hem drijvende een jaep in sijn koon. Dat's mis', riep de gequetste.
Beschrijving
In Outdorp zeggen de boeren in vrolijk gezelschap altijd het omgekeerde van wat ze bedoelen. Een vreemdeling die dit gebruik niet kende kwam tussen die boeren terecht. Een dorpbewoner beweerde dat hij zijn vader nog gekend had en maakte deze uit voor schelm, terwijl hij het omgekeerde bedoelde. De man begreep dat niet en sloeg de boer vol in zijn gezicht. "Dat is mis," zei de gewonde.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Locatie in Tekst
Outdorp   
Goeré   
Goeree   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
