Hoofdtekst
De Heer Asmus voer eens in sijn predicatie seer hevig uyt tegens dc onkuysheit, en seyde hij: 'Die beesten gaen dan noch in het beste van de kerck sitten. Ick sie daer een caronje van een overspeelster recht over mij sitten. Ik sal haer dat postilboeck soo op haer tronye goyen.' Met lichte hij sij handt op en het boeck daer in; elck die buckte. R. 'Ho, h,. ick meende datter maer één was, ik se daer isser een gansch regiment.'
Beschrijving
De heer Asmus preekte hevig tegen onkuisheid. Hij beweerde dat hij een overspeelster tegenover hem in de kerk zag zitten, en dreigde zijn postilboek naar haar hoofd te gooien. Daarop bukte iedereen, om het boek af te weren. De predikant zei, dat hij nu in plaats van één overspelige, een heel regiment zag zitten.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Asmus   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
