Hoofdtekst
Mijnheer Apero van der Houven, met ses van sijn mackers tot Duynkercken gekoomen zijnde, en even soo veel knechts. kreeg op de heerentaefel 6 eyeren voor haer seven persoonen en een carbonade. Als men van het weynige datter was wat hadde gepeuselt, riep hij: 'Hebben wij te weynig gegeten, laet ons eens te meer drincken, ça jongens etc.. Madame, waer zijn onse knechts?' R. Mijnheer, hebt doch een weynig patiëntie, sij sullen datelijck koomen, sij sitten rechtevoort noch over 't fruijt.'
Beschrijving
Mijnheer Apero van der Houven was met zes van zijn makkers en zes knechten uit Duinkerken gekomen.
Van der Houven en de zes makkers kregen een karbonade en zes eieren te eten. Na het weinige eten besloten ze dan maar te gaan drinken, en Apero riep om zijn knechten. Hij kreeg echter te horen dat die nog aan het fruit zaten.
Van der Houven en de zes makkers kregen een karbonade en zes eieren te eten. Na het weinige eten besloten ze dan maar te gaan drinken, en Apero riep om zijn knechten. Hij kreeg echter te horen dat die nog aan het fruit zaten.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Apero van der Houven   
Duynkercken   
Duinkerken   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
