Hoofdtekst
Trijn ging buyten der Goude uyt melcken. Daer quam een loutere slagregen op. Sij resolveerde haer klederen uyt te trecken en onder de leege emmers te stolpen. Daernae kleede sij sich weer en volbragt haer werck. Daernae in de stadt koomende. hieldt sij sich verwondert. R. 'Hoe heeft het hier soo geregent?' R. 'Wel jae.' R. Dats kluchtig, ik ben droog.' R. 'Waer zijt ghij dan geweest?' R. 'Hier in Cors sijn weyden.' Sij wierdt voor een tovenaerster gevat en moest aen de magistraet de saeck uytleggen.
Beschrijving
Trijn ging eens buiten melken toen het begon te regenen. Ze deed toen haar kleding uit en legde die onder de lege emmers. Daarna kleedde ze zich weer aan en werkte verder. Toen ze in de stad kwam, deed ze alsof ze verbaasd was dat het geregend had. Omdat zij nog droog was werd zij beschuldigd van toverij, en moest de zaak aan de magistraat uitleggen.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Trijn   
Naam Locatie in Tekst
Goude   
Cors   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
