Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

OVER0163

Een mop (boek), derde kwart 17e eeuw

Hoofdtekst

lck was op een gastmael maer niet al te wel in mijn schick. De juffer van de huyse, een aerdig meysje, ley mij de lever van een kapoen voor, seggende. 'Hoe sit ghij soo droomig, heer Van Nout, courage ghij moet nu rondeelen.' Ick sat eerst, quansuys bedenckende, een weynig stil. tot de oogen wat gediverteert waeren, doe deelde ick de lever soetjes rond. lck at het mijne en yder sijn stuckje stilletjes op. R. 'Ho, heer Van Nout, waer is de lever?' R. 'Ghij seyt ick soude ronddeelen en dat heb ik ook gedaen.'

Beschrijving

De heer Van Nout vermaakte zich niet erg op een gastmaal. De juffrouw des huizes legde de lever van een kapoen voor hem neer, en zei hem dat hij nu moest 'rondeelen'. Van Nout wachtte even en deelde toen de lever rond. Iedereen at zijn stukje op. Toen vroeg de juffrouw waar de lever was. Van Nout zei, dat hij moest ronddelen en dat ook gedaan heeft.

Bron

Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.

Commentaar

Derde kwart zeventiende eeuw
Een rondeel is een kort gedicht. Deze versvorm werd vaak door rederijkers gebruikt.
De heer Van Nout is Aernout van Overbeke.

Naam Overig in Tekst

Van Nout    Van Nout   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20