Hoofdtekst
lck was op een gastmael maer niet al te wel in mijn schick. De juffer van de huyse, een aerdig meysje, ley mij de lever van een kapoen voor, seggende. 'Hoe sit ghij soo droomig, heer Van Nout, courage ghij moet nu rondeelen.' Ick sat eerst, quansuys bedenckende, een weynig stil. tot de oogen wat gediverteert waeren, doe deelde ick de lever soetjes rond. lck at het mijne en yder sijn stuckje stilletjes op. R. 'Ho, heer Van Nout, waer is de lever?' R. 'Ghij seyt ick soude ronddeelen en dat heb ik ook gedaen.'
Beschrijving
De heer Van Nout vermaakte zich niet erg op een gastmaal. De juffrouw des huizes legde de lever van een kapoen voor hem neer, en zei hem dat hij nu moest 'rondeelen'. Van Nout wachtte even en deelde toen de lever rond. Iedereen at zijn stukje op. Toen vroeg de juffrouw waar de lever was. Van Nout zei, dat hij moest ronddelen en dat ook gedaan heeft.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Een rondeel is een kort gedicht. Deze versvorm werd vaak door rederijkers gebruikt.
De heer Van Nout is Aernout van Overbeke.
De heer Van Nout is Aernout van Overbeke.
Naam Overig in Tekst
Van Nout   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
