Hoofdtekst
Een ruyter vong onderweeg een boer op, en wilde met geweldt van hem aenwijsing hebben, waer dat paerden te krijgen waeren. De boer seyde dat hij er daer ontrent geen wist. De ruijter dien het ernst was haelt een touw uyt sijn sack en werpt het den kinckel orn den hals. R . 'Ça rekel, ghij wilt toch niet klappen, nu sult ghij hangen. Beveelt u aen Godt.' R. 'De duyvel moet mij haelen soo ick paerden weet.'
Beschrijving
Een ruiter wilde met alle geweld van een boer weten waar hij paarden kon krijgen. De boer zei dat hij het niet wist. De ruiter deed hem toen een touw om zijn nek, en dreigde dat hij zou hangen als hij niet zou vertellen waar de ruiter paarden kon krijgen. Hij zei de boer dat hij zich moest overgeven aan God. Toen zei de boer dat de duivel hem moest halen als hij ergens paarden wist.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Godt   
God   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
