Hoofdtekst
Een Mennist, schipper zijnde op een kleyn scheepjen, quam een Engelsch kitsje tegen dat oock maer 12 mannen op hadt. Daermede in woorden raeckende, goyde den Engelsman (bij gebreck van ander geweer) dapper met brandthout. De Mennist, oock niet luy zijnde, smeet braef wederom. Als hem yemandt vraegde of hij dat volgens sijn religie wel vermogt te doen, seyde hij: 'Jae toch, want daer staet wel dat ons het vechten verboden is, maer wederom mag ick mij met geen andermans goedt verrijcken. Wat hadd'ick met den Engelsman sijn brandthout te doen, ick goyde het hem weer toe.'
Beschrijving
Een Mennist en een Engelsman bekogelden elkaar op zee met brandhout. De Mennist mocht volgens zijn religie eigenlijk niet vechten. Hij verklaarde dat hij zich ook niet mocht verrijken met andermans spullen, en daarom het brandhout dat de Engelsman hem toewierp, weer terug moest gooien.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Menist   
Engelsman   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
