Hoofdtekst
Twee doodvijanden voeren allebey ten oorlog. Bij geval raecken sij samen op een oorlogsschip sonder malkander in de eerste drie dagen te sien, maer soo haest den één den anderen gewaer wierdt, hields d'eene sich meest achter den ander voor om alle heylen voor te koomen. Een swaer weer stelde de behoudenis van 't schip desperaet. De achterste quam bij den schipper. R.'Als het Gods wil waer datwij hier bleven, wat soude eerst vergaen, 't voorste of het achterste van 't schip? R. 'Het voorste.' R. 'Dan sal ick noch met geruster hart sterven, als ick mijn vijand eerst voor mijn oogen sie versuypen.'
Beschrijving
Tijdens een oorlog zaten twee aartsvijanden op hetzelfde schip. Eén van hen zorgde dat hij altijd achter de ander bleef, zodat ze elkaar konden ontlopen. Vanwege noodweer verging het schip. De achterste vijand vroeg aan de schipper welk deel van het schip het eerste zou vergaan. Dat was het voorste deel. De man kon zo geruster sterven, als hij eerst zijn vijand voor zijn ogen zou zien verzuipen.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
God   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
