Hoofdtekst
Seker paep quam een rijcke stervende besoecken. R. 'Sult ghij over uwe tijdelijcke goederen niet disponeren?' R . 'Och ja, pater.' R. 'Aen wien sult ghij dese heerlijckheyt maecken?' R. 'Aen den graef van Merode.' R. 'Aen wien uw stal en paerden?' R. Aen den baron van Peterson.' En soo al voortvragende kreeg hij noyt antwoort tot sijn voordeel. Op 't lest seyde hij half quaedt werdende: 'Sal ons arme klooster dan niet een bruy krijgen?' R. 'Neen, voor dit mael niet, want ik maecke mijn testament, sooals ik uyt het Nieuwe Testament self heb geleert. Daer staet dat den rijcken en die veel besitten noch sal gegeven werden en den armen het weijnige dat sij noch hebben ontnomen sal werden.'
Beschrijving
Een priester was geirriteerd omdat een stervende man niets wilde nalaten aan zijn klooster. De stervende verklaarde dat hij zich hield aan de bijbel: daarin staat dat de rijken meer gegeven zal worden, en dat de armen wat ze heben ontnomen zal worden.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Peterson   
Nieuwe Testament   
Bijbel   
Naam Locatie in Tekst
Merode   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
