Hoofdtekst
Daer waeren 2 broeders die allebey scheel sagen en malkander boven alle andere broers en susters uyttermaetcn liefhadden. Maer nae de dood van haer ouderen rees er een kleyn hacquetje tusschen haer tweën, dat door oorblaesen van andere soo toenam, dat het tot een fatsoenelijck proces raeckte. De heer Francois van de Lee sprack met haer en andere daeraf en seyde: 'Wat, het moeyt mij sulcke na-vrinden in proces, daer sij altoos het scheel soo wel saemen hebben konnen deelen.'
Beschrijving
Een ruzie tussen twee schele broers liep uit de hand, en er kwam een proces van. Francois van de Lee had moeite met deze twee in een proces, omdat zij altijd het scheel zijn zo goed samen konden delen.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Francois van de Lee   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
