Hoofdtekst
Doe de heer ... het vyer in sijn been hadde gekregen, gebruyckte hij doctor Piso en meester Job van Meeckeren (dat allebeyde twee liefhebbers zijn). Doe het nu wat aen de betere handt was, vraegde juffer Johanna van der Houven den Juffer..., die daervandaen quam: 'Hoe is het nu al met de patient?' R. 'De doctor ende de barbier seyden: het sal nu wel gaen, wij hebben 't vyer al in ons gemacht.'
Beschrijving
Een man die koudvuur in zijn been had, werd behandeld door twee dokters. Toen iemand zijn vrouw vroeg hoe het ging, antwoordde ze dat de dokter en de barbier hadden gezegd: " Het zal nu wel gaan, wij hebben het vuur al in ons gemacht [=geslachtsdeel]."
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Job van Meeckeren   
Naam Locatie in Tekst
Piso   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
