Hoofdtekst
Messieurs Aper van der Houven en Joan Dragon namen in Engelandt de post, maer alsoo Van der Houven's jongen maer 8 à 9 jaer oudt was, konde hij het niet verdraegen. Dragon's jongen, die wel l4 jaeren oudt was, moest hiermede om lijden, want men sette beyde jongens elk in een korf en omdat de jongste te licht viel, leyde men een hoope steenen bij hem om de balance te vinden, en doe hing men se yder aen een zijde van 't paerdt. Dragon's jongen begon als een ketter onderweegs te vloecken op den anderen, die mee niet slim bij speelde. Eyndelijck klouwden sij malkanderen met vuysten over 't paerdt heenen, Jacob nam sijn steenen te baet, soodat men niet op 't paerdt sag als twee vechtende handen, dat yder die haer tegen quam meende dat het spoockte.
Beschrijving
Een gezelschap met twee kinderen reisde met de koets. De kinderen werden in manden naast het paard gehangen, de jongste met stenen erbij om ze in balans te houden. De twee jongetjes kregen ruzie en sloegen elkaar over het paard heen. Voor mensen die ze tegenkwamen leek het of het spookte.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Aper van der Houven   
Joan Dragon   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
