Hoofdtekst
Monsieur Bassompiere, naedat hij lang de wapenen in Vlaenderen hadde gedraegen, quam weer te hoof. De koninginne seyde: 'He bien, monsieur Bassompiere, comment dit en Flammen soyez le bien venu?' R. 'Wellecom, wellecom [in de marge: 'Ou est le con?']' R. 'Et qu'est que dit l'autre?' R. ' Danck u, danck u.' Voorts praetende prees haer majesteyt Fontainebleau geweldig en seyde dat sij daer altoos wel soude willen woonen, bij aldien haer de saecken van 't rijck met dickwils te Parijs riepen. Op het slot van haer discours seyde sij: 'Et pour contenter mes plaisirs et ne laisser point mes affaires, je souhaiteray d' avoir un pied à Fontainebleau, et l'autre a Paris.' R. 'Et moy au milieu, madame.' R. 'Comment Bassompiere?' R. 'A Ruelle, Madame.'
Beschrijving
Een heer, die lang in Vlaanderen gelegerd is geweest, en een Franse koningin hebben aan het hof een Franse conversatie vol sexuele dubbelzinnigheden. Het Vlaamse woord wellekom klinkt als "Ou est le con" (waar is de pik). De koningin zou graag in twee plaatsen tegelijk wonen, met het ene been hier en het andere been daar. De heer antwoordt: en ik graag er tussenin. De heer doet of hij een plaats noemt, maar ook dit is nogmaals dubbelzinnig (in het dames-alkoof).
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Bassompiere   
Vlaenderen   
Flammen   
Naam Locatie in Tekst
Vlaanderen   
Fontainebleau   
Parijs   
Paris   
Ruelle   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
