Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

DVTEX919 - De bleeke Ridder

Een sage (boek), 1932

Hoofdtekst

De bleeke Ridder
Eén van de oudste Heeren van de Dorenweerd leefde in vijandschap met den Heer Van Hoeckelom. Bij het tournooigevecht was deze haat het eerst ontbrand toen Dorenweerd door den ander uit het zadel werd geworpen. Dat zag de Jonkvrouwe Jacoba, naar wier hand het tweetal dong. De Heer Van Hoeckelom verwierf haar gunst en hart; zijn vijand trok zich mokkend op de Dorenweerd terug. Zijn liefde voor Jacoba was gelijk verterend vuur, hij werd een bleeke man, die allen omgang met zijn standgenooten ging vermijden.
Hij had een dochtertje, de kleine Kunegond. Terwijl zij ouder werd, groeide op Hoeckelom een zoon op van Jacoba. Na jaren vonden deze zoon, de ridderlijke Guido, en de dochter van de Dorenweerd elkaar op 't Roosendaalsche Slot. 't Werd zoete min. Maar toen de Jonkvrouw op den vaderlijken Burcht van deze liefde sprak, verzette zich de vader vastberaden. Geen Hoeckelom zou met zijn dochter samengaan!
Zij zond haar page Rudimer naar Hoeckelom. En Jonker Guido snelde dra naar Doorweerd om zijn liefde te verklaren. De Burchtheer hoonde hem en joeg hem spottend weg, ondanks de smeekingen van Kunegonde.
Twee dagen later trachtte zij door heimelijke vlucht zich met haar minnaar te vereenigen. Haar vader echter achterhaalde haar, bracht, met geweld, haar in het Slot terug en sloot haar op in één der kerkerholen.
Wel veertien dagen lang vroeg hij haar dag na dag van Guido af te zien. Zij weigerde - hij liet haar in den kerker zuchten.
De jonge Hoeckelom zwierf ondertusschen om den Burcht. Hij wist, dat een geheime gang van 't Slot naar 't bosch toe leidde; hij zocht den uitgang, maar vergeefs. Zoo vond hem Rudimer, de page. De knaap was listig en beraamde een plan. Hij bracht de wachters in een diepen slaap, door wijn, met zeker kruid vermengd. Hij schoof de grendels van de cel en leidde Kunegond naar buiten. Hier opende hij zacht een poortje bij de gracht en gaf een teeken. In 't water wachtte Guido, ving de Jonkvrouw op en voerde haar behouden naar den oever. Zij vluchtten en zij werd de zijne.
De vader, die de vlucht vernam, vloekte zijn dochter Kunegonde. Hij wilde haar nooit meer zien. Maar toen hij sterven ging, kwam het berouw. Men zag hem in de laatste nachten voor zijn dood trap af, trap op gaan, bij de kerkers dralend. En eindelijk vond men hem, gevallen in het hol, waar Kunegonde had geweend en had geleden.
En later, als gevangenen in de kerkers smachtten, verscheen hun soms een bleeke Ridder, de geest van hem, die eens hier had gefaald.

Onderwerp

SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.    SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   

Beschrijving

Ridder die in onmin leeft met andere ridder, zet zijn dochter die verliefd is geworden op de zoon van zijn rivaal, gevangen. Nadat ze door een list is ontsnapt en met haar geliefde trouwt, vervloekt haar vader haar. Vlak voor zijn dood krijgt hij berouw, en na zijn dood verschijnt zijn geest in de kerker.





Bron

Jan L. de Boer: In 't Geldersche Rijnland rondom de Doorwerth. Geschiedenissen en legenden. Baarn [1932], p.76-77.

Naam Overig in Tekst

Van Hoeckelom    Van Hoeckelom   

Jacoba    Jacoba   

Kunegonde    Kunegonde   

Guido    Guido   

Rudimer    Rudimer   

Dorenweerd    Dorenweerd   

Roosendaalse    Roosendaalse   

Naam Locatie in Tekst

Doorwerth    Doorwerth   

Roosendaal    Roosendaal   

Plaats van Handelen

Doorwerth    Doorwerth   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20